Zoeken in deze blog

maandag 10 januari 2022

Eglise Saint-Martin te Jauldes (Charente 16)

 Eglise Saint-Martin 

te Jauldes


Beschrijving.
Jauldes was de zetel van een oud aartspriesterschap dat afhing van de abdij Saint-Florent van Saumur.  De kerk moet voorafgaand zijn aan 1170, een datum van een document dat het aartspriesterschap vermeld.  Deze datum schijnt eveneens bevestigd door de kapitelen met waterplanten van het transept, deze van het portaal en de voetringen van het venster aan de gevel.
Het schip dat in 1875 overdekt werd met een ribgewelf in baksteen, bezit geen steunberen.  Het is ook breder dan het koor.  


De valse kruising draagt een koepel op penditieven waarvan de bogen op de oostelijke en westelijke uitstekende pijlers rusten.  Hun zijden naar de koepel toe zijn versterkt door een zuil die met de pijler de 2 cilinders van de zijbogen ontvangt.  Door dit procédé heeft men later de kruisbeuken kunnen aanleggen. Eenmaal de grote noordelijke en zuidelijke bogen waren geconstrueerd, werden de eindmuren doorbroken.
Het vierkante kooreinde is overwelfd met ribben en langs een oostelijk venster verlicht.  
De gevel is horizontaal verdeeld door 3 gladde lijsten.  Het portaal bezit 2 boogcilinders met hierboven een archivolt die terugvalt op de fries die de kapitelen van de colonnetten verlengt.  Het venster op het 1ste verdiep, welk rust op de lijst, is doorbroken onder een boogcilinder met een archivolt, die eveneens een kordonlijst rust die de dekstukken van de kapitelen verlengen.  Deze is hierboven eveneens doorbroken met een rechthoekige opening met hiernaast bulstergaten die dienden om een houten verdedigingsomloop aan te leggen.














De valse viering is versierd met een blinde boogreeks en zijn hoeken zijn gestut door zware steunberen aan de hoeken.  De klokkentoren op het vierkant is rechthoekig en gereconstrueerd met een lage overdekking op 4 wanden.


Bron.
- Jean George in "Les églises de France", Charente; Editions Letouzey et Ané; Paris 1933.

Bijlagen.

zondag 9 januari 2022

Eglise Saint-Martin te Ventouse (Charente 16)

 Eglise Saint-Martin  

te Ventouse


Beschrijving.
De kerk hing af van de abdij van Cellefrouin.
Het schip dat aanvankelijk niet overwelfd was, kreeg in 1859 een tongewelf in baksteen.
De valse kruising wordt door 2 bogen met een dubbele cilinder die de kapitelen op de pilasters dragen, begrensd waarbij de kapitelen verdikt zijn.  De valse kruising is overwelfd met een licht gebroken tongewelf.  Onder een boog in de noordelijke muur is een kapel uitgehold.





Het kooreinde dat aanvankelijk halfrond was, is afgebroken en vervangen door een rechte muur die het ondiepe, rechthoekige koor vormt.  De muur is doorbroken met een gebroken boogvenster terwijl de 2 vensters van de zuidelijke muur van het schip en deze van de noordelijke muur van de valste kruising in rondboog zijn.




Aan de westelijke gevel is tussen 2 steunberen de ingang doorbroken met 3 boogcilinders.  De onderste is herdaan geweest in een gebroken boog, de beide andere zijn in rondboog.  Twee blinde, lange en smalle bogen begrenzen de steunberen.





Bovenaan de ingang is een boog uitgehold en omringd met een kordonlijst die doorloopt tot aan de steunberen.  Deze is doorbroken met een klein rondboogvenster.


Op het bovenste horizontale gedeelte strekt zich een band uit in de lengte van de ingang.  Deze wordt gedragen door gebeeldhouwde modillons die met de metopen hiertussen, de seizoenen voorstellen.  Men bemerkt een jachtscene of het einde van de winter, een geit achtervolgd door een leeuw of maart en juli, een boogschutter of november voorafgegaan door een modillon met een man die een tonnetje draagt of oktober, een tafelscene of december en een sirene of februari.




Steunberen zijn eveneens toegevoegd in de verlenging van de gevel.  Een kleine loopt tegen de noordelijke muur van het schip tot boven.  Vier zware steunberen stutten de hoeken van het vierkant waarop zich een rechthoekige klokkentoren zonder karakter, verheft.




Dit geheel wordt toegeschreven aan het 3de kwart van de 12de eeuw. 

Bron.
- Jean George in "Les églises de France", Charente; Editions Letouzey et Ané; Paris 1933.

Bijlagen.

zaterdag 8 januari 2022

Eglise Sainte-Eulalie te Sainte-Eulalie d'Ans (Dordogne 24)

 Eglise Sainte-Eulalie 

te Sainte-Eulalie d'Ans






Bijlagen.

Eglise Saint-Pierre-aux-Liens te Chatain (Vienne 86)

 Eglise Saint-Pierre-aux-Liens 

te Chatain


Beschrijving.
De kerk bezit een wijdverbreide plattegrond met een éénbeukig schip, een transept met op de kruising een klokkentoren en een halfronde apsis.  De steunberen van de apsis dateren van een voorgaand gebouw, de andere dateren vermoedelijk uit de 15de eeuw.



De westgevel omvat 3 verdiepingen.  Op de benedenverdieping bevindt zich het portaal tussen 2 rondbogen.  Van de ongeveer 40 kerken van dit type in de Poitou, bezitten er ongeveer een 12-tal zijbeuken. Chatain is één van de kerken waar de zijbogen van de westelijke gevel zich niet verlengen in een zijbeuk.


De 3 booglijsten van het portaal zijn versierd met rozetten, palmetten en de colonnetten schijnen zich te verzinken in de muur waarna zij onderaan opnieuw verschijnen.  Het geheel wordt omgeven door een fries van diamantpunten.




Bovenaan het portaal wordt de kroonlijst gedragen door gebeeldhouwde modillons.  Een romaans rondboogvenster met hierboven een paarsgewijs venster bezetten de top van deze puntgevel.
De bevloering van het plein werd in de jaren '90 vernieuwd.  Van hieraf daalt men een trap af om het niveau van het schip te bereiken.


Het schip omvat 4 traveeën.  De zuidelijke muur met het gewelf stortten in 1735 echter in.  Na meer dan 20 jaar werd het stenen gewelf herbouwd met een tongewelf en gordelbogen.  Iedere transeptarm bezit een absidiool.  Het vierkant van het transept draagt de achthoekige klokkentoren die men eveneens kan bemerken in de Limousin en de Marche. 
Het koor is overwelfd met een halfkoepel die verlicht wordt door 3 rondboogvensters.




Bron.

Bijlagen.