Zoeken in deze blog

maandag 13 juli 2026

Eglise Saint-Génard te Marcillé (Deux-Sévres 79)

 Eglise Saint-Génard 

te Marcillé



Geschiedenis.
Deze plaats met een rijke geschiedenis is zeker een bezoek waard. Allereerst aan de oppervlakte: tijdens de opgravingen van de afgelopen jaren zijn talrijke overblijfselen van een 12e-eeuwse priorij en een Merovingische cultusplaats aan het licht gekomen.  Deze priorij-parochie, die onder de abdij van Nouaillé viel, werd in 1697 samengevoegd met het klooster van Puyberland, een klein dorpje in de gemeente Saint-Génard, gelegen nabij de bron van de Berlande.  In die tijd telde de instelling 80 nonnen. Tijdens de Revolutie, toen de parochie werd opgeheven, waren er nog maar 15 nonnen en 6 lekenzusters over. Naast hun contemplatieve leven hielden de zusters zich ook bezig met onderwijs en opvang. 
Rond 1878 werd de prachtige deur die de kloosterkerk met het oratorium van de zusters verbond, hergebruikt in de kapel van het hospice van Melle, waar hij nog steeds te zien is. 
De massieve klokkentoren is grotendeels opgenomen in de 18e-eeuwse gevel.  Het gebouw werd tussen 1740 en 1912 verbouwd.

Beschrijving.
De kerk heeft een klassieke plattegrond die kenmerkend is voor de kerken in de regio van Melle: een éénbeukig schip, een diep koor met één travee en een halfronde apsis met een halfkoepel. 
De kerk onderscheidt zich van de kerken in de nabije omgeving door de rijkdom van haar gebeeldhouwde versieringen. In de gevel bevindt zich een prachtig portaal tussen twee blinde bogen; drie zuilen ondersteunen de booggewelven, versierd met ruitjes, diamantpunten, knoppen, palmbladeren en staafjes. Een van de kapitelen vertoont een menselijk hoofd omlijst door twee verstrengelde slangen, net als in Nuaillé-sur-Boutonne.  De eerste verdieping, benadrukt door een kroonlijst met naakte modillons, dateert uit een latere periode.















Rijen steunberen en zuilen geven ritme aan de buitenkant van het koor, waarvan het uiterlijk doet denken aan de Saintonge. Het beeldhouwwerk is hier vooral decoratief, maar sommige kapitelen lenen zich wellicht voor een symbolische interpretatie. Onder de dieren zijn leeuwen en vogels – die in de romaanse kunst van Poitou de boventoon voeren – het meest afgebeeld. Er treft er ook oa een konijn aan.








Aan de binnenzijde sluit het schip met drie traveeën zonder tussenliggend transept aan op een diep koor dat uitmondt in een halfronde apsis. Het kooreinde wordt benadrukt door het verschil in breedte ten opzichte van het schip. De drie raampartijen, versierd met een voetring in de traditie van de „Limousin” en zaagtandmotieven, openen zich onder bogen die worden omlijst door korte zuilen met kapitelen.














In 1740 werd het schip voorzien van een houten plafond, dat op zijn beurt werd vervangen door een houten gewelf met korfboog in het eerste deel; het tweede deel, dat grenst aan het koor, werd in 1912-1913 vernieuwd. Het koorgedeelte is voorzien van een stenen tongewelf dat eindigt met een halfkoepel.



In de noordelijke muur van het schip – aan de linkerkant – is een grafnis aangebracht waarin een opmerkelijk gotisch grafbeeld staat dat in 1902 op de monumentenlijst is geplaatst. Tegenover deze grafnis, in de zuidelijke muur, bevindt zich een leeg grafnis. De ridder, wiens identiteit onbekend is, ligt uitgestrekt op een met stoffen gedrapeerd bed. Hij is in hoogreliëf gebeeldhouwd en draagt zijn maliënkolder en heeft zijn sporen aangetrokken. Hij draagt een zwaard en een schild, dat versierd is met een wapenschild. Zijn hoofd rust op een kussen en zijn voeten op een leeuw die door een draak wordt gebeten. De man wordt afgebeeld met open ogen: hij is het eeuwige leven binnengegaan. Een tweede grafbeeld, waarvan de verf is afgebladderd en dat is beschadigd, wordt bewaard achteraan in het schip. 






Bron.
- Sophie Esla Goillot in "Guide des églises romanes; Deux-Sèvres"; Editions le Passage des Heures; Saint-Savinien-sur-Charente 2013.



Bijlagen.