Eglise Saint-Mathias
te Barbezieux
Beschrijving.
De kanunniken van Saint-Seurnin in Bordeaux waren in de 11e eeuw eigenaar van de landerijen van Barbezieux. Audouin II, de plaatselijke leenheer, stichtte daar in 1043 een priorij, die hij vervolgens aan de benedictijnen van Cluny schonk als dank voor hun gastvrijheid tijdens een pelgrimstocht naar Vézelay, waar hij ziek was geworden. Het geschil dat hieruit voortvloeide met de kanunniken van Bordeaux werd bijgelegd door Itier, de zoon van Audouin, en zo werd Notre-Dame de Barbezieux vanaf de jaren 1060 een belangrijk klooster in de Saintonge dat rechtstreeks onder de Bourgondische abdij viel, het op één na belangrijkste na Saint-Eutrope in Saintes.
Het dorp Barbezieux moet zich rond dit klooster hebben ontwikkeld; de naamsverandering van het klooster, waarschijnlijk rond de overgang van de 12e naar de 13e eeuw, moet in verband worden gebracht met de komst van een relikwie van de heilige Mathias. De oorspronkelijke kerk, waarvan de bouw waarschijnlijk halverwege de 11e eeuw plaatsvond, was een ruim gebouw met een driebeukig schip waarvan de zijmuren van breuksteen nog gedeeltelijk bewaard zijn gebleven. De kerk werd daarna echter meerdere malen verbouwd en beschadigd.
De westgevel, met een klokkentoren, is nu gotisch, terwijl de middeleeuwse koorpartij is verdwenen en vervangen door een neoromaanse apsis.
Alleen het immense driebeukige schip, dat in de 12e eeuw werd overwelfd, getuigt nog van de indrukwekkende afmetingen van de romaanse kerk, aangezien het met zijn 45 m lengte en 18 m breedte een van de grootste van het departement is. Hoewel de gewelven uit de 12e eeuw – ongetwijfeld primitieve kruisribgewelven, zoals in La Couronne – zijn verdwenen en vervangen door lichtere gewelven, zijn de meeste pijlers hernomen. De westelijke pijlers zijn bewaard gebleven. Ze bestaan uit een cilindrische kern waartegen acht bundelzuilen zijn gegroepeerd. Het is jammer dat de meeste gebeeldhouwde kapitelen zijn afgebroken.
Bron.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste éditions; La Crèche 2018.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzey et Ané; Paris 1933.
- Isabelle Oberson in "Lumières romanes"; Editions le Croît Vif; Saintes 2011.
Bijlagen.































































































