Zoeken in deze blog

woensdag 10 juni 2026

Eglise Notre-Dame-de-l'Assomption te Poursay-Garnaud (Charente-Maritime 17)

 Eglise Notre-Dame-de-l'Assomption 

te Poursay-Garnaud












Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1jmyfHynIAjiqSPviHL0K_-MTB0M&ll=45.957888794611755%2C-0.4298523598632831&z=11

dinsdag 9 juni 2026

Eglise Saint-Pierre te Saint-Pierre-de-L'Isle (Charente-Maritime 17)

 Eglise Saint-Pierre 

te Saint-Pierre-de-L'Isle


Beschrijving.
Deze kerk, gelegen in de vallei van de Boutonne, aan de rand van het voormalige bisdom Saintes, niet ver van de grens met deze van Poitiers, werd rond 1104 door Ramnulphe Tonnellus en zijn broer Zaccharias geschonken aan de abdij van Saint-Jean-d'Angely.  Van dit eerste gebouw is niets meer over.
De kleine kerk die we nu zien is een laat-romaanse constructie van middelgrote steenblokken, bestaande uit een èènbeukig schip dat wordt verlengd door een rechte travee en een apsis.  Een klokkentoren boven een kapel uit de 15e eeuw flankeert het schip aan de zuidkant, aan het oostelijke uiteinde.  Het romaanse gewelf van het schip is verdwenen en vervangen door een recent gipsgewelf. De overwelving van de koortravee werd in de 15e eeuw vernieuwd, zoals blijkt uit het huidige kruisgewelf met doordringende prismatische ribben; ook het zuidelijke raam van deze beuk is in gotische stijl.  De kerk heeft nog meer veranderingen ondergaan; het bovenste deel van de gevel en deze van de noordmuur van het schip zijn verbouwd, terwijl de zuidmuur aan het zicht onttrokken wordt door een modern gebouw dat ertegenaan staat.  Hier en daar zijn modillons van de oude kroonlijst onregelmatig aangebracht in de bovenkant van deze muren, die duidelijk zijn verhoogd, wellicht ter versterking. 






De apsis heeft echter het grootste deel van haar romaanse buitengevel behouden. De kapitelen van de zuiltjes bij de raamopeningen en de steunzuilen vertonen een versiering die is geïnspireerd op die van Aulnay.









Het westelijk portaal is gelukkig bewaard gebleven. Het is een kleine portaal met twee booglijsten.  Het onderste booglijst valt op door de briljante uitvoering van een motief dat op zich echter alledaags is.  De madeliefjes met acht bloemblaadjes zijn volledig los van de achtergrond en hechten slechts met hun uiteinden aan het raamwerk van de booglijsten.  Dit is uitzonderlijk voor de romaanse periode.  De bovenste booglijst, die breder is, is versierd met eenvoudige gestapelde ruiten.  De impostbanden die doorlopen op de muur tonen mooie katachtige koppen en een spel van ranken en linten.  Op de lijst van deze band ontrolt zich, aan weerszijden van het portaal, een nog zeer leesbare inscriptie: "haec est domus dei et porta coeli" – het huis van God en de poort van de hemel.





Vier kapitelen omlijsten het portaal.  Die van de binnenste zuilen zijn ernstig beschadigd.  Op de andere twee is links een gevecht tussen een demon en een basilisk te zien, en rechts Christus tussen de heilige Petrus en een tekstballon met de heilige Paulus.  Dit is de scène van de „Traditio legis“.






Aan beide zijden van het schip ondersteunen vier rijen dubbele zuilen, die halverwege de muren op rijk versierde consoles rusten, ontvangen de terugval van de gordelbogen via de kapitelen. De versiering van de consoles is bijzonder verzorgd.  Sommige zijn voorzien van een eenvoudig plantmotief, maar er is vooral een reeks figuren die des te meer opvallen omdat ze zich bijna op ooghoogte bevinden.  Drie scènes zijn opmerkelijk.  De ene, op de zuidmuur, toont een vogel en een slang die met de ruggen tegen elkaar staan en zich omdraaien om elkaar in de ogen te kijken; de andere is een gevecht tussen een met een zwaard gewapende ridder, beschermd door een kegelvormige helm en een schild, en een draak die hem tegemoet treedt; een derde confrontatie speelt zich af tussen twee mannen, gewapend met strijdvlegels of strijdknotsen en zich beschermend met kleine ovale schilden.  Net als in Vaux-sur-Mer en Jarnac-Champagne lijkt deze scène te moeten worden geïnterpreteerd als een voorstelling van sociaal geweld, dat in dit geval duidelijk in contrast staat met het beheerste en gerechtvaardigde geweld van degene die het Kwaad bestrijdt, dat wil zeggen de strijd van de ridder tegen de draak.



















Deze krachtige reliëfsculpturen steken af tegen een vlakke achtergrond binnen een smal kader, alsof het om een decor voor een sluitsteen gaat.  De beeldhouwer heeft al deze figuren aan dit kader aangepast door ze op één knie te laten buigen.  De verfijnde weergave van de klederdracht, de aandacht voor detail op de lichamen van de dieren, het poppengezicht van de ridder, het gekrulde haar en de baarden van twee strijders zijn allemaal tekenen van een geavanceerde kunst die deel uitmaakt van de laatste producties van de romaanse beeldhouwkunst in de tweede helft van de 12e eeuw.

Bronnen.
- Christian Gensbeitel in "La sculpure romane en Saintogne"; Editions Christian Pirot; 1998.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Aunis-Saintogne; Geste éditions; La Crèche 2007.
- F. Eygun in "Saintogne romane"; Editions Zodiaque, 'la Nuit des Temps 33; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vîre 1970.
- Sophie Esla Goillot in "Guide des églises romanes; Charente-Maritime"; Editions le Passage des Heures; Saint-Savinien-sur-Charente 2013.





Bijlagen.