Zoeken in deze blog

vrijdag 25 september 2026

Eglise Saint-Romans te Saint-Romans-lès-Melle (Deux-Sévres 79)

 Eglise Saint-Romans 

te Saint-Romans-lès-Melle

foto wikipedia

Geschiedenis.
De kerk, die voor het eerst wordt vermeld aan het begin van de 12e eeuw en die onder de abdij Saint-Cyprien van Poitiers viel, is waarschijnlijk in de loop van de 12e eeuw herbouwd, zoals blijkt uit twee inscripties op de gevel.
In het midden van de 15e eeuw, na het einde van de Honderdjarige Oorlog, werden talrijke bouwprojecten voor wederopbouw of herinrichting opgestart. Uit deze periode dateren de massieve vierkante toren, die boven de travee van het koor staat, de wenteltrap die ernaar leidt en een raam in de linkerzijgevel. 

Beschrijving.
De ingang is zeer sober, met zijn drie naakte booglijsten met scherpe randen en zijn zuiltjes waarvan de kapitelen versierd zijn met bladwerk (twee links en één rechts) of met grote maskers (twee rechts en één links), waarvan er één zijn zuil opslokt – een veelvoorkomend motief in Poitou en Saintonge. Op de modillions van de kroonlijst zijn drie menselijke hoofden en één dierenhoofd te zien.
Aan de buitenkant valt de sobere uitstraling op van het kooreinde met zijn drie onversierde vensters en de ramen van het schip, waarvan het monolithisch linteel is gegraveerd met valse sluitstenen. Dit laatste detail lijkt erop te wijzen dat de zijmuren deel uitmaken van de bouw uit de 11e/12e eeuw. Sommige stenen zijn voorzien van steenhouwersmerken: er zijn talrijke V’s in het koor, en snijdende halve cirkels in de zuidelijke muur... Op de machtige steunpilaar, links van de voorgevel, staat een A boven een kruis met uitlopende armen. De betekenis van deze tekens is nog niet met zekerheid vastgesteld.
Aan het einde van het schip is rechts nog het spoor te zien van een oud altaar waarvan het profiel op de 18e eeuw lijkt te wijzen; het was waarschijnlijk bekroond met een altaarstuk. In de hoek daarboven is een klein figuurtje in uitstek geplaatst.  De ingang van het koor vertoont een sterke helling. De kapitelen zijn aan de linkerkant versierd met bladwerk en aan de rechterkant met honingraatmotieven. Het gewelf van de koortravee van het verhoogde koor heeft een gebroken tongewelf. Drie extra treden leiden naar de apsis, die hierdoor sterk wordt benadrukt. Er zijn daar nog sporen van muurbeschilderingen te onderscheiden. 
























Bron.
-- Sophie Esla Goillot in "Guide des églises romanes; Deux-Sèvres"; Editions le Passage des Heures; Saint-Savinien 2013.


Bijlagen.

woensdag 23 september 2026

Eglise Saint-Pierre-aux-Liens te Caunay (Deux-Sévres 79)

 Eglise Saint-Pierre-aux-Liens 

te Caunay


Geschiedenis.
Caunay wordt voor het eerst genoemd in 799, in de archieven van de abdij van Nouaillé (Vienne), onder de naam Colnagum. Caunay, dat aanvankelijk onder Blanzay viel, werd aan het einde van de 10e eeuw de hoofdplaats van een „viguerie”, een Karolingisch bestuursgebied dat onder de jurisdictie viel van een ambtenaar aan wie de graven een deel van hun gezag hadden gedelegeerd.
De voortdurende banden met de abdij van Nouaillé zorgen ervoor dat het bezit van de monniken, dat in 799 wordt vermeld, in 1118 door de paus wordt bevestigd. Dit gold ook voor de kerken van Clussais en Saint-Génard, waarmee het overigens bepaalde architectonische overeenkomsten vertoont. 

Beschrijving.
Bij het naderen van de kerk, die op het dorpsplein staat, vallen twee duidelijk te onderscheiden delen op: het schip en het koor. 
Het schip, bedekt met gebogen dakpannen, heeft een laag profiel, bijna zonder raamopeningen. Dit deel heeft te lijden gehad onder verschillende oorlogen: in de zuidelijke muur is te zien dat de bouw is hervat op oude funderingen. Men betreedt de kerk via de zuidelijke zijdeur, waarvan de kapiteelversieringen met haken erop wijzen dat deze dateert uit de 13e of de 14e eeuw. Fijne steengravures komen overeen met hetzelfde gotische tijdperk.
Aan de buitenzijde van het koor rijst het dak met platte dakpannen ver boven het schip uit. De apsis wordt onderbroken door steunberen in de vorm van zuilen die drie vensters met brede bogen omlijsten. Deze rusten op kapitelen waarvan de symboliek vaak twijfelachtig: vogels die pikken aan de oren van menselijke hoofden, of slangen, zoals in Saint-Génard, tegenover elkaar staande leeuwen, bladwerk, vogels die uit een beker drinken, een zeemeermin met twee staarten zoals in de Notre-Dame-la-Grande van Poitiers. De pijlers met diamantvormige punten duiden op de 12e eeuw.
In het schip vertonen de grote, kale muren met hun witte pleisterlaag geen bijzondere architectonische elementen. Het dakgebinte is zichtbaar, direct onder het dak. 
Binnenin vormt het koor een prachtige stenen bouwwerk; een tegenstelling met het schip. De apsis is voorzien van een licht gebroken gewelf in halfkoepel. De omlijsting van de ramen rust op een dik draagvlak dat twee gedrongen zuilen draagt. In de uitsparing van de bogen rust een torische lijst – dat wil zeggen in de vorm van een cilinder – op kleine kapitelen zonder dekstuk en loopt door in colonnetten met dezelfde diameter. Deze samenstelling, van het type Limousin, is ook terug te vinden in de kerk van Saint-Génard.