Eglise Saint-Pierre de Marestay
te Matha
Beschrijving.
De abdij Saint-Pierre de Marestay, die aanvankelijk onder het kapittel van de kathedraal van Saintes viel, werd rond 1098 door bisschop Ramnulphe daarvan losgemaakt om, net als de kerk Saint-Hérie in dezelfde plaats, te worden geschonken aan de abdij van Saint-Jean-d'Angély, die toen tot de Cluniacenzer orde behoorde.
De kerk, waarvan vandaag de dag alleen nog het oostelijke gedeelte bewaard is gebleven, dateert uit de 12e eeuw. De apsis wordt voorafgegaan door een lange, rechte koorbeuk met twee ramen en een transept waarvan elk transeptarm is voorzien van een kleine apsis die aan de binnenkant eveneens halfrond is, maar aan de buitenkant met versneden wanden. De kruising van het transept wordt overdekt door een koepel op trompen. Daarop staat de klokkentoren, waarvan alleen de eerste verdieping bewaard is gebleven, versierd van paarsgewijze zuilen.
Aan de westkant wordt het gebouw tegenwoordig afgesloten door een moderne muur die loodrecht op de westelijke boog van het kruisgewelf en de twee zijbogen die deze omlijsten, is gebouwd. Hieruit blijkt dat het schip oorspronkelijk was ontworpen als een geheel van drie beuken. Maar later werd een stelsel van dikke pijlers tegen de oostelijke uiteinden van de zijbeuken aangebracht om éénbeukig schip te vormen, overdekt met koepels op pendentieven. Aan de noordzijde is overigens nog het begin van een van deze pendentieven te zien.
De buitenversiering van de apsis concentreert zich op de booglijsten en kapitelen van de ramen en onder de kroonlijst. Deze architectonische elementen zijn zeer rijkelijk versierd, met een overvloed aan ornamenten die minstens even groot is als die van de vensters en de kroonlijst van Rioux en Rétaud. Met name de rijkelijk versierde booglijsten van de ramen van Matha strekken zich breed uit, net als de archivolten van de portalen.
De verschillende combinaties van bloemmotieven of palmetten in de rankversiering, van tegenover elkaar geplaatste halve palmetten en van bladrijen doen denken aan de versieringen van de zijbogen van de westgevel van Aulnay of van de raamopeningen in de apsissen van Rioux of Rétaud. We bevinden ons hier dus in dezelfde periode, namelijk in de jaren 1150-1160. Aan het koor van Matha-Marestay vertonen sommige booglijsten reeksen kleine dierenkoppen, die vrij “mechanisch” zijn uitgewerkt, en baardige menselijke hoofden, die met zorg zijn uitgevoerd en afwisselen met motieven van monsters of dieren. Enkele kapitelen van de ramen, met plantenversieringen, doen ook denken aan motieven uit Aulnay. Veel andere kapiteellichamen tonen figuren, monsters en dieren, uitgevoerd in een krachtige maar weinig verfijnde stijl, die ook terug te vinden is op de kapitelen van de boog van de kruising en de bogen die deze omlijsten.
Het thema van de twee mannen die elkaar omhelzen komt overigens ook voor op een kapiteel van een raam in de apsis en op het kapiteellichaam dat moest overeenkomen met de laatste grote zuidelijke boog van het driebeukige schip dat in het eerste ontwerp was voorzien. Ook de kruising van het transept van Aulnay vertoont dit motief. Verder zijn er onder andere op de pijlers van de kruising van het transept en die van de oostelijke bogen van de zijbeuken een Sint-Michiel te zien die de draak verslaat, harpijen met baardige hoofden, een man die wordt verslonden door een demon, een Daniël tussen de leeuwen....
Al deze reliëfs, die ook in verband moeten worden gebracht met de werken van Haimps of Salles-lès-Aulnay, bevestigen een waarschijnlijke datering van de beeldhouwkunst van Saint-Pierre de Marestay kort na het midden van de 12e eeuw. Spijtig genoeg was de toegang tot de kerk niet mogelijk door het toenemende instortingsgevaar van de gewelven en de daaropvolgende voorziene restauratie.
Bron.
- Christian Gensbeitel in "La sculpture romane en Saintogne"; Editeur Christian Piraut; Pau 1996.- F. Eyguh in "Saintogne romane"; Editions Zodiaque, 'la Nuit des Temps 33"; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vîre 1970.
Bijlagen.