Zoeken in deze blog

vrijdag 17 april 2026

Eglise Saint-Saturnin te Chadurie (Charente 16)

 Eglise Saint-Saturnin 

te Chadurie










Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1KaCZzNPKQNKs5LI2jD0TqwrYkPE&ll=45.50334555218881%2C0.25363806372071807&z=12

Eglise Notre-Dame te Charment; Boisné-La Tude (Charente 16)

 Eglise Notre-Dame 

te Charment; 

Boisné-La Tude



Beschrijving.
Een hardnekkige, maar onjuiste legende schrijft de kerk van Charment toe aan een tempeliersvestiging, die sommigen in het nabijgelegen kasteel wilden herkennen, een bouwwerk dat echter van latere datum is.  Men heeft op deze plek ook het oude “Sarrum” willen herkennen, wat zou kunnen worden bevestigd door de ligging vlakbij de oude Romeinse heirbaan.  De elegante contouren van de gotische spits die de klokkentoren bekroont, zijn al van ver te zien.  Deze draagt in hoge mate bij aan het pittoreske karakter van dit dorp, dat op de rand van een plateau ligt en zijn naam zeker verdient.  We bevinden ons hier in het middeleeuwse bisdom Angoulême, aan de rand van de Périgord. 
De kerk, waaraan enkele middeleeuwse bouwwerken te herkennen zijn, is eigendom van de kanunniken van de kathedraal sinds deze tussen 1060 en 1075 door de plaatselijke leenheer, een zekere Ugbertus Gotgotes, aan hen werd toevertrouwd.   Het schip behoort mogelijk tot deze eerste, nog archaïsche bouwfase, aangezien het een eenvoudige aula betreft, een éénbeukig schip met houten dakconstructie, met muren van breuksteen die slechts door enkele steunberen worden verstevigd en verlicht worden door kleine ramen met inwendige insprong. Het is één van de meest representatieve voorbeelden van deze traditionele bouwwerken uit de 11e eeuw.  De westgevel en het portaal, dat zeer eenvoudig is en geflankeerd wordt door een grafnis, behoren al tot een verbouwingsfase die waarschijnlijk aan het begin van de 12e eeuw is ingezet.









Aan de oostkant opent de vrij smalle triomfboog, met daarboven een dichtgemaakt raam, zich in een muur van natuursteen.  Deze boog rust op twee zuilen die tegenover de ingang van het transept staan.  Hun kapitelen met plantendecor, bestaande uit rankenversiering met soepele en levendige palmetten die door de wind lijken te worden geblazen, zijn ook te vinden in Bécheresse en Porcheresse. Hun imposten lopen door op de muur waar twee andere zuilen, gericht naar het schip, zijn dichtgemetseld. Deze elementen getuigen van een eerste verbouwingsplan dat blijkbaar niet ver is gevorderd.  Hiermee kan ongetwijfeld het merkwaardige bas-reliëf worden in verband gebracht dat in de muur rechts van de boog is aangebracht en dat het kapiteel van de verdwenen zuil lijkt te verlengen.  Men herkent er een figuur die een tegenstander een slag lijkt toe te brengen, maar zowel de iconografie als de oorsprong van dit beeldhouwwerk blijven raadselachtig.





Hun imposten lopen door op de muur waar twee andere zuilen, gericht naar het schip, zijn dichtgemetseld. Deze elementen getuigen van een eerste verbouwingsplan dat blijkbaar niet ver is gevorderd.  Hiermee kan ongetwijfeld het merkwaardige bas-reliëf worden in verband gebracht dat in de muur rechts van de boog is aangebracht en dat het kapiteel van de verdwenen zuil lijkt te verlengen.  Men herkent er een figuur die een tegenstander een slag lijkt toe te brengen, maar zowel de iconografie als de oorsprong van dit beeldhouwwerk blijven raadselachtig.
Het brede transept, met twee kleine apsissen die een centrale apsis omlijsten, is letterlijk tegen de achterzijde van de oostelijke muur van het schip aangebracht, met een duidelijk waarneembare verschuiving. Het gaat om laat-romaanse architectuur, waarschijnlijk uit het midden van de 12e eeuw, opgetrokken uit natuursteen en volledig overwelfd. Een koepel op pendentieven overspant de kruising, met daarboven een vierkante, reeds gotische klokkentoren.  Booggewelven die op kraagstenen rusten, geven de hoofdapsis een levendig karakter; deze is voorzien van enkele mooie modillons.  Binnen zijn nog moderne beschilderingen te zien.

















Bron.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste Editions; La Crèche 2010.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzey et Ané; Paris 1933.



Bijlagen.

woensdag 15 april 2026

Eglise Saint-Mesme te Contré (Charente-Maritime 17)

 Eglise Saint-Mesme 

te Contré


Beschrijving.
De invloed van de beeldhouwers uit Aulnay is duidelijk; sommigen van hen hebben zelfs de kapitelen in het interieur bewerkt.  De kerk bestaat uit een éénbeukig schip en een rechthoekig koor dat uitloopt in een halfronde apsis.  De eerste travee van het schip wordt aan de noordzijde doorbroken door een onversierde ingang; de tweede travee aan de zuidzijde is rijkelijk versierd.














Dit portaal met drie booglijsten op zuilen met kapitelen biedt een fantastisch bestiarium met kat, hond, paard, slang, ooievaar, hagedis, varken, mythische dieren, maskers en personages; het kleine boogveld is versierd met de traditionele margrieten van de kleine lokale kerken.  De kapitelen zijn interessant; men ziet er onder andere een mooie woedende man, terwijl erboven, op een kapiteel van een romaans raam, een man met een raadselachtige glimlach staat afgebeeld. 



















De muren van het kooreinde werden in de 15e eeuw verhoogd, voorzien van schietgaten en versterkt met zware steunberen met het oog op versterkingswerken. Een rondgang gaf toegang tot een versterkte zaal; men ziet nog steeds de gaten waarin de balken werden geschoven om de ingang te barricaderen. Op de ramen, omrand door friezen, tonen de kapitelen diverse motieven, zoals een vrouwenbuste met twee hosties, symbool van de eucharistie. Aan het kooreinde zijn enkele modillions te zien.









Bron.
- Sophie Esla Goillot in "Guide des églises romanes; Charente-Maritime"; Editions Les Passages des Heures; Saint-Savinien-sur-Charante 2013.


Bijlagen.
-https://pop.culture.gouv.fr/notice/merimee/PA00104657