Zoeken in deze blog

maandag 22 juni 2026

Eglise Saint-Mathias te Barbezieux (Charente 16)

 Eglise Saint-Mathias 

te Barbezieux



Beschrijving.
De kanunniken van Saint-Seurnin in Bordeaux waren in de 11e eeuw eigenaar van de landerijen van Barbezieux. Audouin II, de plaatselijke leenheer, stichtte daar in 1043 een priorij, die hij vervolgens aan de benedictijnen van Cluny schonk als dank voor hun gastvrijheid tijdens een pelgrimstocht naar Vézelay, waar hij ziek was geworden.  Het geschil dat hieruit voortvloeide met de kanunniken van Bordeaux werd bijgelegd door Itier, de zoon van Audouin, en zo werd Notre-Dame de Barbezieux vanaf de jaren 1060 een belangrijk klooster in de Saintonge dat rechtstreeks onder de Bourgondische abdij viel, het op één na belangrijkste na Saint-Eutrope in Saintes.
Het dorp Barbezieux moet zich rond dit klooster hebben ontwikkeld; de naamsverandering van het klooster, waarschijnlijk rond de overgang van de 12e naar de 13e eeuw, moet in verband worden gebracht met de komst van een relikwie van de heilige Mathias.  De oorspronkelijke kerk, waarvan de bouw waarschijnlijk halverwege de 11e eeuw plaatsvond, was een ruim gebouw met een driebeukig schip waarvan de zijmuren van breuksteen nog gedeeltelijk bewaard zijn gebleven. De kerk werd daarna echter meerdere malen verbouwd en beschadigd.















De westgevel, met een klokkentoren, is nu gotisch, terwijl de middeleeuwse koorpartij is verdwenen en vervangen door een neoromaanse apsis.






Alleen het immense driebeukige schip, dat in de 12e eeuw werd overwelfd, getuigt nog van de indrukwekkende afmetingen van de romaanse kerk, aangezien het met zijn 45 m lengte en 18 m breedte een van de grootste van het departement is.  Hoewel de gewelven uit de 12e eeuw – ongetwijfeld primitieve kruisribgewelven, zoals in La Couronne – zijn verdwenen en vervangen door lichtere gewelven, zijn de meeste pijlers hernomen. De westelijke pijlers zijn bewaard gebleven. Ze bestaan uit een cilindrische kern waartegen acht bundelzuilen zijn gegroepeerd.  Het is jammer dat de meeste gebeeldhouwde kapitelen zijn afgebroken.

Bron.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste éditions; La Crèche 2018.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzey et Ané; Paris 1933.
- Isabelle Oberson in "Lumières romanes"; Editions le Croît Vif; Saintes 2011.




Bijlagen.

zondag 21 juni 2026

Eglise Saint-Sébastien te Bessé (Charente 16)

 Eglise Saint-Sébastien 

te Bessé







Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1KaCZzNPKQNKs5LI2jD0TqwrYkPE&ll=45.9425023643098%2C0.08995894079591338&z=13

Eglise Saint-Sébastien te La Rochette (Charente 16)

 Eglise Saint-Sébastien 

te La Rochette


Beschrijving.
De kerk die dateert uit het 3de kwart van de 12de eeuw, houdt een schip in samen met een rechte travee waarop de klokkentoren steunt en een halfronde apsis.
Het schip onder een gebroken tongewelf is in 3 traveeën verdeeld door 4 gordelbogen op colonnetten waarvan 2 aan de uiteinden.  In iedere travee is een venster doorbroken, aanvankelijk enkel aan de zuidelijke muur.




Een ongeveer halfronde boog met 2 cilinders op de uitstekende pijlers met zuilen, verdeelt de rechte travee die overwelfd is met een tongewelf.


  
De halfronde apsis met halfkoepel is van een gordelboog voorafgegaan bestaande uit 2 cilinders en 2 colonnetten.  De rechte travee wordt verlicht langs 2 vensters, de apsis aanvankelijk door een venster aan de zuidelijke zijde zoals bij het schip het geval was.  In de muur van de apsis bemerkt men een waterbekken en 2 bergplaatsen met bovenaan een rondboog.






Al de kapitelen stellen verschillende motieven in hoog reliëf voor met personages en vegetarische motieven zoals gezichten van personages tussen het gebladerte, een reus die 2 monsters (leeuwen ?) in bedwang houdt, gevangenneming van een vogel (eend of gans), acanthusbladeren, gezichten die verschijnen tussen de palmetten.













Aan de westelijke gevel opent het portaal met 3 gordelbogen ondersteund door zuilen met kapitelen.  Aan weerszijden van de ingangsboog openen zich 2 zijbogen met 2 gordelbogen ondersteund door colonnetten versierd met kapitelen.  Deze rondbogen zijn omgeven door een kordonlijst van gebladerte.  De rijkversierde kapitelen bezitten vegetarische motieven met oa mooie palmetten en acanthus.  Men bemerkt er eveneens leeuwen, gevleugelde reptielen, een personage vastzittend in de muil van een monster.  Op één kapiteel houden neergehurkte mannen, waarschijnlijk worstelaars, zich aan elkaar vast met de voorarmen en met hun hoofden tov elkaar aan de hoek van het kapiteellichaam.  De dekstukken bezitten vegetarische motieven met vette bladeren.  De verlengde dekstukken onderlijnen 2 versierde timpanen.  





















Het noordelijke timpaan stelt een ridder voor waarbij één van de poten van het rijdier, een neergehurkte man op grond verplettert.  Op het zuidelijke timpaan berijdt een man met baard en lange haren een soort wild dier welk zich tussen zijn poten meester maakt van een andere man met baard.




Een rij van modillons ondersteunt een gootklos in het midden onderbroken door de basis van een rondboogvenster.  De rest van het bovenste gedeelte is zonder versiering en beëindigd zich horizontaal boven de top van het dak van het schip.










Een mooie verzameling modillons is bewaard gebleven voornamelijk aan het schip.  Men bemerkt er een ton, een vogel, een engel, een dier met een schijnbaar mensenhoofd die zijn tong uitsteekt, het gezicht van een man met een snor, een personage met baard en gekleed in een lange toga, een hoofd getooid met een scheiding in het midden, 2 acrobaten in een obscene positie die hun billen laten zien, een hoofd schijnbaar beschermd door een helm en een kinstuk, enz....
















De klokkentoren is herdaan geweest en wordt in het westen door 2 openingen en 1 aan de andere zijden doorbroken en bezit een dak met 4 hellingen.



Bronnen.
-Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzey et Ané; Paris 1933.
-Isabelle Oberson in "Lumiières romanes"; Editions 'Le Croît Vif"; Saintes 2011.



Bijlagen.