Zoeken in deze blog

dinsdag 4 augustus 2026

Eglise Saint-Martial te Gourvillette (Charente-Maritime 17)

 Eglise Saint-Martial 

te Gourvillette



Beschrijving.
Een eerste kerk zou geschonken zijn rond 900 door een zekere Raymond, de stichter, aan Saint-Pierre te Angoulême.  In 1069 schonk Pierre, heer van Gourvillette, de helft van de plaatselijke kerk aan Eudes, abt van Saint-Jean-d'Angely. De kerk, die het resultaat is van verschillende bouwfasen, bestaat in haar huidige staat uit een schip met drie traveeën, een klokkentoren ten zuiden van de derde travee en een lange, vlakke koorpartij met twee traveeën.



De gevel heeft aan weerszijden een vlakke steunpilaar.  In het onderste gedeelte bevindt zich een mooi portaal met drie zuiltjes per zijpilaar en drie boogspanten.  Een kroonlijst met modillions vormt een duidelijke horizontale lijn in de bovenste twee derde delen.  Een geveltop, die tegenwoordig is afgebroken, bekroont het geheel.  Aan de voet ervan bevindt zich een dichtgemetseld raam.





Aan de buitenkant, buiten de muur van de westgevel, zijn de romaanse elementen vooral te zien langs de noordmuur van het schip. Binnen zijn de zuilen bewaard gebleven die het tongewelf ondersteunden, evenals het beginpunt daarvan aan de noordzijde. Grote verbouwingen hebben het interieur van het gebouw helaas ingrijpend veranderd. Door de bouw van een in de 15e eeuw toegevoegde klokkentoren is het schip aan de zuidzijde versmald.  De muren van deze klokkentoren steken namelijk ruimschoots uit in de tweede en derde travee.



Van het romaanse koor, dat smaller was dan het schip, zijn alleen nog de aansluitende muren met het schip overgebleven, met aan de zuidzijde een rondboograam, terwijl een soortgelijk raam zich in de eerste zuidelijke travee van het schip bevindt. Dit romaanse koor is vervangen door een gotisch koor.  Tegenwoordig wordt het van het schip gescheiden door een muur met daarin een boog met een geringe overspanning.  De muren van het koor en het schip werden verhoogd, waarschijnlijk met het oog op de functie van verdediging. 



Het westelijk ingangsportaal is mooi versierd.  Helaas is het beeldhouwwerk op de kapitelen ernstig aangetast door erosie.  Toch zijn er afbeeldingen te herkennen van griffioenen, leeuwen, draken en vooral een vrouwenfiguur die door demonen wordt gemarteld.  Maar de stijlkenmerken zijn moeilijk te analyseren.  De stenen van de booglijsten hebben daarentegen beter standgehouden en de versiering van de bovenste booglijst, met zijn omgekeerde palmetten in rankversiering met rechtopstaande stengels, doet vermoeden dat het werk uit het midden van de 12e eeuw dateert.












Ook de drie kapitelen van de gordelbogen van het schip zijn goed bewaard gebleven.  Op de ene zijn draken afgebeeld met prachtig omwikkelde slangenstaarten, op de tweede hybride wezens met menselijke hoofden die enigszins doen denken aan die op de kruising van Puypéroux in de Angoumois en aan die in het kruisgewelf van Matha-Marestay, en op de derde is de scène van het “Noli me tangere” afgebeeld.  De stijl van dit laatste werk, dat in Saintogne niet aan iets specifieks kan worden gekoppeld, is eerder te vergelijken met die van de groep werken die zich vanuit het gebied rond Brives naar de Périgord heeft verspreid.  Met name de figuur van Christus doet denken aan andere figuren die men aantreft in de beeldhouwkunst van Saint-Martin de Brives, Le Vigeois en Thiviers.

Bronnen.
- Philippe Durand in "La sculpture romane en Saintogne"; Editions Christian Pirot; 1998.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Aunis-Saintogne"; Geste éditions; La Crèche 2013.



Bijlagen.
-https://monumentum.fr/monument-historique/pa00104702/gourvillette-eglise-saint-martial

maandag 3 augustus 2026

Eglise de Transfiguration te Cressé (Charente-Maritime 17)

 Eglise de Transfiguration

te Cressé
















Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1jmyfHynIAjiqSPviHL0K_-MTB0M&ll=45.88026562030248%2C-0.24274145898436683&z=11

Eglise Saint-Vivien te Bagnizeau (Charente-Maritime 17)

 Eglise Saint-Vivien 

te Bagnizeau


Beschrijving.
Volgens Jean Texier werd deze kerk omgeruild tegen deze van Courcelles, die aan de abdij van Saint-Jean-d'Angely werd geschonken.
Het gebouw heeft een zeer eenvoudige plattegrond met een éénbeukig schip dat in het oosten uitmondt in een apsis, voorafgegaan door een rechte travee. Eveneens aan de oostzijde is op de muren van het schip een vierkante toren gebouwd. 
Het oudste deel van het gebouw lijkt het schip te zijn.  Het is opgetrokken uit zeer onregelmatig breukstenen en is meerdere keren hersteld; het zou deel kunnen uitmaken van een gebouw uit de vroege romaanse periode.  De apsis en de rechte travee zijn later herbouwd met mooi, regelmatig metselwerk. Aan de buitenkant ondersteunen aangebouwde halve zuilen een uitstekende kroonlijst met zeer sober versierde modillons.




Binnenin werd de apsis voorzien van een  halfkoepel welke rust op een gordelboog.  Vervolgens werd, met het oog op de bouw van een toren, het oostelijke uiteinde van het oude schip aangepast door aan de binnenzijde, zowel aan de noord- als aan de zuidzijde, dikke, goed gestapelde massieven van metselwerk aan te brengen en de muren aan de buitenzijde te verstevigen met dikke steunberen.  Over deze massieven werd vervolgens een spitsbooggewelf gespannen, dat aan de zijde van het schip werd versterkt door een gebroken gordelboog met dubbele gording, die via vier prachtige kapitelen op aangezette halfzuilen terugvallen. 


Waarschijnlijk werd tijdens dezelfde verbouwing in het schip een reeks pilasters van mooi metselwerk aangebracht, die bedoeld waren om de muren te versterken en ongetwijfeld een gewelf moesten dragen. Ten slotte werd de westgevel herbouwd in mooi, regelmatig metselwerk en voorzien van een gebeeldhouwd portaal.
Het gebouw liep veel schade op; het gewelf van het schip, dat verdwenen was, werd vervangen door een dakconstructie die werd gedragen door een laag muurtje op de steunmuren; de gevel werd boven het portaal herbouwd en de vierkante toren werd meerdere malen verbouwd.
Het gebouw bevat nog steeds beeldhouwwerken uit de romaanse periode in de apsis en op de westgevel. De kapitelen aan de buitenkant van de apsis, evenals die in het schip ten oosten van de toren, zijn versierd met bladmotieven of vlechtwerk; het betreft ontwerpen met een zeer sobere stijl.





De kapitelen onder de toren aan de westzijde zijn van veel betere kwaliteit; daarop zijn gevleugelde draken te zien die zich twee aan twee verenigen in één enkele kop op de hoeken, en op een prachtig kapiteel met historische voorstellingen aan de zuidzijde zijn vrij raadselachtige gevechtsscènes afgebeeld waarin verschillende vrouwelijke personages voorkomen.  
De archivolte van het westelijke portaal wordt gevormd door twee booglijsten, omgeven door een uitstekende cordonlijst waarop afwisselend vogels, draken en leeuwenkoppen zijn afgebeeld. De buitenste booglijst is versierd met S-vormige, gebogen kordonlijsten die eindigen in palmetten; beide zijn bedekt met meerdere rijen parels.







Op de binnenste booglijst zijn dieren te zien die radiaal op de boogstenen zijn geplaatst, soms op één steen, soms op twee. Links zijn twee centauren met een fraai bebaard gezicht te herkennen, gevolgd door leeuwen, vogels en gevleugelde draken in verschillende houdingen. De twee kapitelen waarop de buitenste booglijst rust, zijn aan de rechterkant versierd met twee gevleugelde draken en aan de linkerkant met twee leeuwen.










Hoewel de afgebeelde motieven vaak zijn ontleend aan die van de bovenste booglijst van het zuidelijke portaal van het transept van Aulnay, is de stijl van de beeldhouwwerken op de westgevel van Aulnay anders. Bovendien bevestigen de plantenversieringen op de bovenste booglijst deze overeenkomst. Het lijkt er dus inderdaad op dat deze werken van Bagnizeau in de jaren 1150 moeten worden gedateerd.

Bronnen.
- Michèle Gaborit in "La sculpture romane en Saintogne"; Editions Christian Pirot; 1998.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Saintogne"; Geste Editions; La Crèche 2017.
- Sophie Esla Goillot in "Guide des églises romanes; Charente-Maritime"; Editions le Passage des Heures; Saint-Savinien-en-Charente 2013.




Bijlagen.