Eglise Saint-Martial
te Gourvillette
Beschrijving.
Een eerste kerk zou geschonken zijn rond 900 door een zekere Raymond, de stichter, aan Saint-Pierre te Angoulême. In 1069 schonk Pierre, heer van Gourvillette, de helft van de plaatselijke kerk aan Eudes, abt van Saint-Jean-d'Angely. De kerk, die het resultaat is van verschillende bouwfasen, bestaat in haar huidige staat uit een schip met drie traveeën, een klokkentoren ten zuiden van de derde travee en een lange, vlakke koorpartij met twee traveeën.
De gevel heeft aan weerszijden een vlakke steunpilaar. In het onderste gedeelte bevindt zich een mooi portaal met drie zuiltjes per zijpilaar en drie boogspanten. Een kroonlijst met modillions vormt een duidelijke horizontale lijn in de bovenste twee derde delen. Een geveltop, die tegenwoordig is afgebroken, bekroont het geheel. Aan de voet ervan bevindt zich een dichtgemetseld raam.
Aan de buitenkant, buiten de muur van de westgevel, zijn de romaanse elementen vooral te zien langs de noordmuur van het schip. Binnen zijn de zuilen bewaard gebleven die het tongewelf ondersteunden, evenals het beginpunt daarvan aan de noordzijde. Grote verbouwingen hebben het interieur van het gebouw helaas ingrijpend veranderd. Door de bouw van een in de 15e eeuw toegevoegde klokkentoren is het schip aan de zuidzijde versmald. De muren van deze klokkentoren steken namelijk ruimschoots uit in de tweede en derde travee.
Van het romaanse koor, dat smaller was dan het schip, zijn alleen nog de aansluitende muren met het schip overgebleven, met aan de zuidzijde een rondboograam, terwijl een soortgelijk raam zich in de eerste zuidelijke travee van het schip bevindt. Dit romaanse koor is vervangen door een gotisch koor. Tegenwoordig wordt het van het schip gescheiden door een muur met daarin een boog met een geringe overspanning. De muren van het koor en het schip werden verhoogd, waarschijnlijk met het oog op de functie van verdediging.
Het westelijk ingangsportaal is mooi versierd. Helaas is het beeldhouwwerk op de kapitelen ernstig aangetast door erosie. Toch zijn er afbeeldingen te herkennen van griffioenen, leeuwen, draken en vooral een vrouwenfiguur die door demonen wordt gemarteld. Maar de stijlkenmerken zijn moeilijk te analyseren. De stenen van de booglijsten hebben daarentegen beter standgehouden en de versiering van de bovenste booglijst, met zijn omgekeerde palmetten in rankversiering met rechtopstaande stengels, doet vermoeden dat het werk uit het midden van de 12e eeuw dateert.
Ook de drie kapitelen van de gordelbogen van het schip zijn goed bewaard gebleven. Op de ene zijn draken afgebeeld met prachtig omwikkelde slangenstaarten, op de tweede hybride wezens met menselijke hoofden die enigszins doen denken aan die op de kruising van Puypéroux in de Angoumois en aan die in het kruisgewelf van Matha-Marestay, en op de derde is de scène van het “Noli me tangere” afgebeeld. De stijl van dit laatste werk, dat in Saintogne niet aan iets specifieks kan worden gekoppeld, is eerder te vergelijken met die van de groep werken die zich vanuit het gebied rond Brives naar de Périgord heeft verspreid. Met name de figuur van Christus doet denken aan andere figuren die men aantreft in de beeldhouwkunst van Saint-Martin de Brives, Le Vigeois en Thiviers.
Bronnen.
- Philippe Durand in "La sculpture romane en Saintogne"; Editions Christian Pirot; 1998.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Aunis-Saintogne"; Geste éditions; La Crèche 2013.
Bijlagen.
-https://monumentum.fr/monument-historique/pa00104702/gourvillette-eglise-saint-martial


































































