Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label altaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label altaar. Alle posts tonen

woensdag 6 december 2023

Eglise Notre-Dame-de-l'Assomption te Avenas; Deux-Grosnes (Rhône 69)

 Eglise Notre-Dame-de-l'Assomption 

te Avenas; Deux-Grosnes



Beschrijving.
Het kleine dorp van Avenas, in de Beaujolais, gelegen op een hoog plateau, achter de 'Col du Fût', op ongeveer 760 meter hoogte, en aan de rand van een aftakking van een Romeinse weg, van de grote weg van Agrippa naar Ludna (Belleville) in de richting van Autun, bewaart een kerk geplaatst onder het patronaat van Notre-Dame.  Reeds tijdens een heel vroege periode stelde het kapittel van Saint-Vincent van Mâcon er de bedienaar aan.  Avenas behoorde eveneens tot het ambtsgebied van het aartspriesterschap van Vauxrenard.
De kerk Notre-Dame heeft reeds al heel wat discussies teweeggebracht.  Niet zozeer voor de kerk zelf maar voor het prachtige altaar in witte, gebeeldhouwde kalksteen dat deze bezit.


Notre-Dame van Avenas is een goed georiënteerde kerk met een éénbeukig schip gevolgd van een transept en beëindigd door een halfronde apsis in de verlenging van de kruising van het transept.
De verhoudingen van het gebouw zijn; een totale lengte van het gebouw 21m35, lengte van het schip 15m10, breedte van het schip 5m30, dikte van de apsismuur 0m90, breedte van de vensters van de apsis 0m40, totale breedte van het transept 9m50 en dikte van de muur van het schip 0m90.
Het schip is in het zuiden verlicht door 3 vergrote rondboogvensters en in het noorden door één enkel herwerkt venster.  Zij staat met de buitenzijde in verbinding langs een ingang geopend aan de gevelmuur en door een andere geopend aan de zuidzijde van het schip.



Met de kruising staat het schip in verbinding langs een gebroken boog.  De kruising is overwelfd door een koepel op trompen waarop zich de klokkentoren verheft.  Het is onder deze koepeloverwelving die verlicht wordt door een klein rondboogvenster in de overgangsmuur bovenaan de apsis dat het merkwaardige altaar is geplaatst. 




De kruisbeuken zijn overwelfd met een gebroken tongewelf.  Deze zijn aan de buitenzijde in uitstek en zijn beiden aan hun eindmuur doorbroken van een herwerkt rondboogvenster.  De halfronde apsis opent zich direct op de kruising en is overwelfd door een gebroken halfkoepel.  Drie rondboogvensters die inspringend zijn aan de binnen- als de buitenzijde, verlichten de apsis.   Aan de binnenzijde openen zij zich tussen de rondboogreeks die gedragen wordt door versierde pilasters.  Deze boogreeks van 5 vormt aan de venster een omkadering. Deze die aan beide zijden nabij het vierkant van het transept zijn geplaatst zijn onversierd.  Men komt geregeld dit genre van boogreeksen tegen, die kenmerkend zijn voor de 12de eeuw en zijn aan het eind van de apsis bevestigd.  Men treft deze oa aan bij de kerk van Belleville-sur-Saône, de kerk van Beaujeu, in de Brionnais bij de kerken van Châteauneuf, te Chapelle-sur-Dun, te Mussy-sous-Dun, te Curbigny, te Saint-Germain-des-Bois, te Saint-Laurent-en-Brionnais, enz....  In de kerk van Avenas zijn de pilasters die de terugval van deze boogreeks ondersteunen, voorzien van basissen kenmerkend voor de 12de eeuw, de kapitelen met gebladerte en de dekstukken met lijstwerk waarbij een oudere datum toe te kennen, niet mogelijk is.  De cilinder van de pilasters is bezet met gecanneleerde versieringen.  Het beeldhouwwerk op deze pilasters is trouwens heel erg gevarieerd.










De kerk is aan de buitenzijde met pleisterwerk in de voegen bezet zodat men nergens het volledige metselwerk kan zien.  De gevel is versierd met een ingang die zou dateren uit het einde van de 12de eeuw.  Bovenaan verlicht een klein rondboogvenster de nok.  De gevelmuur beëindigd zich in een puntgevel.



De verheffing van de zijmuren vertoont niets anders dan de openingen van de vensters en aan de zuidzijde nog sporen van een oorspronkelijk dichtgestopt, smal rondboogvenster. Het bovenste gedeelte van de muur is versierd met een gootklos die het dak ondersteunt en rust op een lijn van eenvoudig versierde modillons.  De buitenzijde van de kruisbeuken bezit geen enkele bijzonderheid en de apsis is geflankeerd van 2 erg uitstekende steunberen.





De vierkante klokkentoren die zich op de kruising verheft, bezit één enkele verdieping met bogen.  Op de noordelijke en zuidelijke zijde betreft het één enkele rondboog maar op de oostelijke en westelijke zijde gaat het om paarsgewijze rondbogen waarvan de archivolten zijn ondersteund aan hun gemeenschappelijke terugval door 2 colonnetten, achter elkaar geplaatst.  Het leien dak is modern.



De kerk van Avenas is heel homogeen waarvan al de gewelven met een gebroken tongewelf of halfkoepel zijn waarbij de koorvensters in rondboog een brede opening voorstellen, door de boogreeks aan het kooreinde met de gecanelleerde pilasters, hun kapitelen en hun basissen, zodat deze teruggaat tot de 2de helft van de 12de eeuw net zoals het gebeeldhouwde altaar.

Bronnen.
- Jean Virey in "Les églises romanes de l'ancien diocèse de Mâcon"; Imprimerie Protat Frères; Mâcon 1934.
- Raymond Oursel in "Lyonnais, Savoie romans"; Editions Zodiaque, 'la Nuit des Temps 73'; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vîre 1990.



Bijlagen.

zaterdag 5 augustus 2023

Eglise Sainte-Marie-Magdeleine te Saint-Mamert; Deux Grosnes (Rhône 69)

 Eglise Sainte-Marie-Magdeleine 

te Saint-Mamert; 

Deux Grosnes


Geschiedenis.
In de vallei van de Grosne die de Haut-Beaujolais verbindt met de streek van Cluny in de Mâconnais, werd aan het einde van de 11de eeuw de kleine priorij Saint-Mamert met zijn kerk opgericht waarin een primitieve kapel was opgericht.
Het charter van paus Urbanus II vermeldt de kerk van Saint-Mammes in 1095.  Voor 11 juli 1105 bezocht de abt van Cluny, Hugues de Semur de priorij en plaatste de kerk onder het patronaat van Saint-Jean-Baptist.  Men weet dat op 20 september 1134, 3 monniken de priorij bewoonden namelijk Gervais, Guy en Etienne.  Na 1259 leken er geen monniken meer aanwezig te zijn en de priorij werd niet meer vermeld in de visitatieverslagen.
Tot aan de Franse Revolutie onderhield de afgevaardigde van de abdij van Cluny een eeuwdurend vicaris onder voorbehoud van goedkeuring door de bisschop.  De gebouwen van de vervallen priorij werden in het midden van de 17de eeuw verkocht aan de heer van Saint-Mamert, die eigenaar was van het kasteel van Saint-Julien. 

Beschrijving.
De kerk heeft een ontwikkeling gekend die groter was dan deze van andere, romaanse kerken in de heuvels van de Beaujolais.  Het betreft een gebouw met een éénbeukig schip van 2 traveeën dat overwelfd is met een gebroken tongewelf maar niet origineel is, een sterk uitspringend transept, een korte, rechte travee met zijbeuken en een halfronde apsis die iets smaller is en geflankeerd van absidiolen die in de verlenging van de zijbeuken (van de rechte travee) liggen.  De transeptarmen zijn overwelfd met een tongewelf, de kruising met een graatgewelf die de sporen van de hoektrompen van een vroegere koepel verraden.  De korte travee is overwelfd met een gebroken tongewelf en de apsis met een halfkoepel.  De ruimte van de overgangsmuur kon opengewerkt zijn met een rondboogvenster wat een samenstelling is, beschouwd als cluniaans maar reeds verschijnt in de periode van het vroegromaans en in tal van andere kerken.














Het hoofdaltaar was gevormd met een tafel in albast en gedragen door 5 colonnetten met een gebeeldhouwde basis en versierde kapitelen.  Als gevolg van een ongelukkige verplaatsing, was deze gebroken.  Deze werd gereconstrueerd met 3 oorspronkelijke colonnetten en 2 extra zuilen.  






Aan de buitenzijde is het westelijk portaal afgebakend door een booglijst die terugvalt op 2 zuilen met kapitelen gebeeldhouwd met gebladerte en basissen versierd met reliëfs die een weerspiegeling zijn van de mooie  gebeeldhouwde basissen in de Brionnais.





De vierkante klokkentoren overdekt met een lage spits is aan de basis gestut door 2 steunen.  Steunberen met talud ondersteunen de eindmuren van de transeptarmen.  Deze die de hoofdapsis ondersteunen, bezitten geen talud bovenaan en stijgen tot aan de terugval van het dak met een gootklos met naakte modillons. 








Bron.
- Raymond Oursel in "Lyonnais, Savoie romans"; Editions de Zodiaque, 'la Nuit des Temps 73'; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1990.

Bijlagen.