Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label maasromaans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maasromaans. Alle posts tonen

vrijdag 24 januari 2020

Eglise Saint-Martin te Horrues (Hainaut)

Eglise Saint-Martin 
te Horrues

Beschrijving.
De Sint-Martinuskerk te Horrues mag beschouwd worden als één van de meest interessante landelijke kerken in de streek van Soignies. 




De romaanse driebeukige pijlerbasiliek bezit een 6 traveeën tellend, vlak overzolderd schip uit het einde van de 12de of het begon van de 13de eeuw.  De scheibogen zijn door een profilering benadrukt en rusten op vierkante pijlers met doorlopende imposten. De architecturale vormgeving sluit nog aan bij de Maaslandse stijl.








In de 19de eeuw werden de zijbeuken heropgebouwd, met een portaal uit de 16de eeuw.



De westertoren dateert uit het begin van de 13de eeuw en is reeds overwelfd door een kruisribgewelf kenmerkend voor de vroeggotiek.





Wijwaterbekken uit de 12de eeuw

Wijwaterbekken uit de 12de eeuw


Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/u/0/viewer?hl=es&ll=50.60861549999999%2C4.042778799999951&z=10&mid=1JZgRM4WVWxmCjDOu6fvU2B385C5piFlr
-https://soignies.be/fr/tourisme/decouvrir/patrimoine/les-eglises.html
-http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_thema/index.php/dossier/view/BC_PAT/55040-CLT-0008-01
-https://openchurches.eu/fr/edifices/saint-martin-soignies
-https://www.routeyou.com/fr-be/location/view/47567558/l-eglise-saint-martin-de-horrues
-https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:%C3%89glise_Saint-Martin_(Horrues)
-http://photoerrance.canalblog.com/archives/2013/12/13/28652529.html
-https://www.cirkwi.com/en/point-interet/179397-l-eglise-saint-martin-de-horrues
-https://photos.google.com/album/AF1QipOBjiWCe35SCdc2CF4UvXKWxKXCQ2cXY-wACWcz
-https://www.google.be/maps/place/Eglise+Saint-Martin+de+Horrues/@50.6085458,4.0405564,17z/data=!3m1!4b1!4m5!3m4!1s0x47c24ccca5ab1779:0x6f597e57a15cb910!8m2!3d50.6085458!4d4.0427451?hl=nl

maandag 10 juni 2019

Eglise Saint-Barthélémy te Liège (Liége)

Eglise Saint-Barthélémy 
te Liège

Geschiedenis.
De collegiale zou opgericht zijn door de prins-bisschop Balderic, als opvolger van Nodger.  Als groot provoost van de kathedraal Saint-Lambert is Godescalc Morialmé een waardevolle getuige van de sobere en indrukwekkende romaanse architectuur in de Rijnlands-Maaslandse stijl.
Opgericht buiten de stadsmuren en in het oorspronkelijke plan van een Latijns kruis, heeft het meerdere campagnes ondergaan.  Het oostelijke koor in een vlakke apsis dateert uit het einde van de 11de eeuw.  Het transept en de 3 beuken zijn ingevoegd bij het begin van de 12de eeuw.  De uitbouw of "Westbau", het enorme westelijke massief  is als laatste aangebracht rond 1175-1180.  Het geheel werd reeds in de 14de, 16de en begin 18de eeuw gerestaureerd.  Na de wijziging van het koor, rond 1706 werden 2 extra zijbeuken aangebracht tussen 1735 en 1748.  Een Portugees monument werd aan de uitbouw aangebracht die de voorste ingangen vervingen.  Het gebouw werd overwelfd en de binnenzijde werd met stucwerk en schilderwerk versierd.
Na de afschaffing van de collegiale kapittelkerk  in 1797, werd het ingericht als militair magazijn.  In 1803 echter kon de cultus opnieuw ingesteld en werd het een parochiekerk.  Het patrimonium werd uitgebreid met de beroemde doopvont van Notre-Dame-aux-Fonts, tot de 7 wonderen van België gerekend, de beiaard van de abdij Val-Saint-Lambert en een mooie reeks beelden van de parochiekerk van Saint-Thomas, die begin 19de eeuw werd afgebroken.
Vanaf 1999 tot 2006 werd de kerk het voorwerp van grote restauratiewerken.


Beschrijving.
De buitenmuren van het transept en de middenbeuk hebben hun decoratie behouden van Lombardische banden die kenmerkend zijn voor de romaanse architectuur in het Maasgebied.  Deze uitstekende, verticale banden, afgewisseld met halfronde openingen, zijn aan het bovenste gedeelte verbonden door een fries die onder de gootklos doorloopt.



De westelijke uitbouw in een regelmatig metselverband van zandsteen is eveneens een voorbeeld van de Maaslandse romaanse architectuur van de 12de eeuw.  De Westbau vormt een rechthoekig parallellepipedum van 22 meter hoog, 28 meter lang en 12 meter diep.  De gevels zijn verdeeld in 3 niveaus afgewisseld met Lombardische banden, blinde bogen die ondersteund worden van fijne kalkstenen zuilen.













Op dit massief nemen 2 paarsgewijze torens van het bijna vierkante plan hun steun.  Deze bestaan uit 2 verdiepingen die getooid zijn met paarsgewijze bogen en versierd met Lombardische boogreeksen.  De driehoekige frontons van het bovenste gedeelte en de daken van 4 zijden zijn vergelijkbaar met verschillende kerken in het Rijnland zoals bij de abdij van Maria Laach en de collegiale kerk Sankt Aposteln van Keulen.







De Westbau die het westelijke koor of tegenkoor inhield, heeft zijn beide zijgalerijen behouden.  Deze zijn geopend op het enorme centrale gedeelte met bogen gescheiden door zuilen versierd met gebeeldhouwde kapitelen.













Bronnen.
- Jean-Pierre Esther en Geert Bekaert in België romaans; Uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.
- André Courtens en Jean Roubier in Romaanse kunst in België; Uitgeverij Vokaer Brussel 1972.
- Jacqueline Leclerc-Marx in L'art roman en Belgique; Editions J-M Collet; 1997.
- Barrel i Altet in Belgique et Grand-Duché de Luxembourg romane; Editions Zodiaque, "la Nuit des Temps 71"; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1989.

Bijlagen.

vrijdag 15 maart 2019

Sint-Laurentiuskerk te Ename (Oost-Vlaanderen)

Sint-Laurentiuskerk 
te Ename

Beschrijving.
De Sint-Laurentiuskerk was de hoofdkerk van de handelsnederzetting in de schaduw van de benedictijnenabdij.  Het was dus één van de 2 kerken in de pre-stedelijke nederzetting gebouwd in opdracht van Herman van Verdun tijdens zijn ambtsperiode als markgraaf van Ename onder de laatste Ottoonse vorst van het Duitse Keizerrijk.  Na de inlijving van Ename in 1047 bij het graafschap Vlaanderen evolueerde de kerk tot dorpskerk en tot op de dag van vandaag parochiekerk gebleven.  Het betreft hier één van de best bewaarde vroegromaanse kerken in België van rond 1000 en gerekend tot de Maaslandse stijl naar Ottoonse traditie gebouwd.
De afmetingen van de driebeukige kerk wijzen op het belang van de groeiende stad, die echter door de ontmanteling van de Ottoonse burcht en de stichting van de abdij door de graaf van Vlaanderen geleidelijk aan wegkwijnde tot een eenvoudig dorp.
De kerk is abnormaal georiënteerd waarbij het koor naar het zuidwesten is gericht en de hoofdtoren, verwant met de westertorens uit de Maasromaanse architectuur, in feite een oostertoren is.




De plattegrond van de Sint-Laurentiuskerk die ongeveer 33 meter lengte bedraagt, bezit geen transept, maar ontvouwd zich als een driebeukige basicale kerk met een schip van 5 traveeën waarbij de hoofdbeuk van de smallere zijbeuken gescheiden is door de vierkante pijlers.  De middenbeuk wordt voorafgegaan door een smaller haast vierkant westkoor, gelegen tussen de sacristie en een bergplaats.  De vierkante oosttoren met zijn bijna vierkante trapkoker bevindt bovenaan het oostelijke koor, en met hiernaast een noordelijk hoekportaal dienstdoend als doopkapel.








 De vroegromaanse kerk is opgetrokken in Doornikse steen naar Ottoonse traditie in onregelmatig metselverband en met sporen van opus spicatum, visgraatmotief.  De hoog oprijzende middenbeuk en het westkoor worden overdekt met een zadeldak van leistenen.  De zijbeuken, de trapkoker en het hoekportaal bevinden zich onder de lessenaarsdaken.







De vierkante toren is op iedere verdieping geleed door rondboogvormige blindnissen.  De smalle vensters in de zijgevels op de 1ste verdieping zijn sleutelgatvormig.  Dit is een restant van het gebruik van houten formelen voor het slaan van de bogen, gevormd met zeer platte stenen.








De 5 traveeën van de buitengevels van het heel brede, 11 meter, en hoge schip, en van de zijbeuken, zijn door lisenen geritmeerd.  De grote rondboogvensters die benadrukt worden door een boognis, zorgen voor een heel goede lichtinval in het wit bepleisterd interieur waar de wanden volledig vlak zijn gehouden.


















Bron.
- Jean-Pierre Esther en Geert Bekaert in België romaans; Uitgeverij Hadewijch, Antwerpen-Baarle 1992.

Bijlagen.