Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label bruiloft Kana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bruiloft Kana. Alle posts tonen

woensdag 3 december 2025

Eglise Saint-Aignan te Brinay (Cher 18)

 Eglise Saint-Aignan 

te Brinay



Beschrijving.
Het gebouw dat wordt voorafgegaan door een houten portiek, bezit geen enkele architecturale originaliteit.  De kerk bestaat uit 2 rechthoekige ruimten, waarvan het ene het schip vormt en het andere het koor, beiden overdekt met een houten tongewelf.  De muur die hen scheidt wordt doorbroken door een halfronde verbindingsboog, opgevangen door het van lijstwerk voorziene imposten met één enkele hollijst.  Het koor wordt verlicht door een gebroken boog in het midden van het vlakke kooreinde.







Aan de buitenzijde van het koor draagt het metselwerk in klein verband de sporen van 2 andere vensters die gedeeltelijk zijn dichtgestopt zodat er nog maar heel kleine openingen resten.  De rondbogen van de 2 oorspronkelijke bogen zijn gemaakt van dunne, langwerpige sluitstenen met dikke voegen.  De archivolt hierboven bestaat uit bakstenen die aan elkaar zijn gezet om 3 rijen van kordonlijsten te vormen.  Het steenwerk van de zijmuren is blijkbaar ouder dan dit van het kooreinde dat op zijn minst dateert uit de 11de eeuw of misschien zelfs uit de preromaanse periode.
De intrados van de toegangsboog en de 4 zijden van het koor zijn volledig bedekt met fresco's, geretoucheerd in tempera, in lichte en gevarieerde kleuren met een combinatie van wit, rood, blauw en zelfs groen.  Het uitgebalanceerde, luchtig geheel geeft het gevoel van rust en orde dat contrasteert met de indruk van wanorde, onrust die de beschilderingen van Vicq weergeven.
De kalender is een serie van 12 schilderingen, ongelijkmatig bewaard gebleven, lijnt de intrados van de boog tussen het schip en het koor van oost naar west.  Ze stellen de Werken van de Maand voor, aangegeven met inscripties in hoofdletters.  Elke scene is behandelt met grote zorg voor de alledaagse werkelijkheid.  Houding en beweging worden gezien en uitgedrukt met een nauwkeurigheid die het precieze observatievermogen van de schilder laat zien in combinatie met een verbazingwekkende nauwkeurigheid van lijnvoering.
Terwijl januari nu alleen wordt voorgesteld door een zittende figuur wiens bezigheden onbepaald zijn, wordt februari opgeroepen door een figuur van een boer, ook zittend die met zijn handen en voeten naar de lange vlammen van de haard reikt, gewikkeld als hij is in een mantel met kap.  Dezelfde bewerkt het land met een schoffel in maart.  In april staat hij naast een boom en in mei maakt hij zich klaar om zijn paard te bestijgen en op jacht te gaan, het zwaard in de hand.  Dan komen de zomermaanden van de landbouw met hooien in juni, oogsten met een sikkel in juli, dansen met een vlegel in augustus.  De oogst wordt niet getoond maar vanaf september worden de druiven geoogst.  In oktober worden de varkens naar het hok gedreven en één van hen wordt de volgende maand geslacht.  December tenslotte is de feestmaand met vat en beker in de hand sluit de boer het jaar vreugdevol af. 








Voor hij de populaire episodes uit het leven van Jezus vertelt, plaatste de schilder 8 grote figuren in 2 registers op de westelijke muur van het koor, 4 aan iedere zijde van het ingangsvenster.  In het zuiden zijn ze praktisch vervaagd.  In het noorden bezetten 2 heiligen, mogelijk apostelen, het onderste register; de linker staat op een staf terwijl de rechter in gebed zijn handen vouwt.  De 2 figuren in het bovenste register zitten links met alleen de profeet Jeremia die kan herkend worden dankzij een inscriptie.  Iets daarboven, in de hoekverbinding van de boog, is een merkwaardig liggend figuur van een naakte man geschilderd mat 1 been verheven, het andere gebogen.  Met zijn linkerhand trekt hij een lange pijl uit zijn hiel.






Aan de drie andere zijden van het koor, achtereenvolgens in het noorden, oosten en zuiden zijn in ruwweg chronologische volgorde de episoden uit Jezus kindertijd en de eerste 3 handelingen van zijn openbaar leven afgebeeld met de Doop, de Verleiding in de Woestijn en de Bruiloft te Kanaän.  De verschillende episodes zijn gerangschikt in 2 beperkte registers, gescheiden door brede, decoratieve banden. 
Aan de noordelijke muur wordt de volledige geboortecyclus hier gereconstrueerd.  Van links naar rechts toont het bovenste register de Aankondiging, de Visitatie, de Geboorte, de Verkondiging aan de Herders, de Aankomst van de Wijzen en in het onderste register de Wijzen voor Herodus en hun vertrek naar huis.  De scenes van de Aanbidding en misschien de Droom van de Wijzen is verdwenen.







Tal van schilderachtige details brengen deze bekende scenes tot leven.  Ze verraden hetzelfde verlangen naar realisme dat men ziet aan de ingangsboog.  Bethlehem is een stad met spitse torentjes die als decor dienen voor de Geboorte.  De herders aan wie een engel met groen aureool het goede nieuws verkondigt, lijken op de boeren van de kalender.  Ze zijn gekleed in korte, uitlopende broeken en vlechten.  Ze leunen op stokken in de vorm van een staf en spelen trompet en een soort van pamfluit.  De Drie Wijzen rijden op elegante paarden, bebaard, gekroond en rijk gekleed gaan ze al pratend achter de ster aan.
Aan de oostelijke muur lopen de dramatische scenes uit de Kindermoord over de lengte van het bovenste register aan weerszijden van het middelste venster.  Links, vlakbij de hoek is Herodes te zien zittend en soldaten bewapend die vervolgens de kelen van de kinderen in de armen van de moeders doorsnijden.  Stromend bloed gutsen uit de afgehakte hoofden en doorboorde lichamen die al stijf staan van de dood.  Kleine lijken overdekken de grond. 






Hieronder links is het tafereel van de Presentatie in de Tempel afgebeeld, waarin de kunstenaar, net als elders de tekst van de apocriefe Evangeliën nauwkeurig volgend, heeft afgebeeld en Jozef die 2 duiven vasthoudt.  De ouderling Simeon draagt het kindje Jezus.



Aan de rechterkant toont het onderste register de Vlucht naar Egypte, opnieuw met dezelfde aandacht voor precieze details.  Jozef, in de gedaante van een ouderling, tracht de boodschap van de engel die het komt waarschuwen.  Dan leidt hij het rijdier van Maria aan de teugels van het montuur en leidt de vlucht van de Heilige Familie.  De Maagd zit op de rug van de witte ezel, met het gezicht naar voor, terwijl Jezus in profiel zijn armen uitstrekt in een gebaar van tederheid voor zijn pleegvader.





Aan de zuidelijke muur gaat het verhaal van de Egyptische Ballingschap verder in het onderste register met een episode die ook geïnspireerd is op de apocriefen.  De val van de afgoden in de tempel van Heliopolis. 



De verzoeking in de woestijn die volgt, bestaat uit 3 episodes.  Links richt de gevleugelde, gehoornde rode duivel met het puntig sikje zich tot Christus die net 40 dagen en nachten heeft gevast.  Hij gooit stenen in de vorm van broden voor zijn voeten en zegt "Als U de zoon van God bent, laat deze stenen dan broden worden", waarop Jezus antwoordt "Er staat geschreven dat de mens niet alleen van brood leeft maar van elk woord dat voortkomt uit de mond van God".


In het midden daagt Christus, staande met een boek in de hand de duivel uit wienst gezicht is uitgewist. "Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen zult gij dienen".  Aan de rechterzijde ten slotte buigen 2 engelen zich voor Christus, "En zie de engelen kwamen om Christus te dienen".



De Doop en de Bruiloft te Kanaän nemen het ganse bovenregister in beslag.  Christus naakt en gesluierd, staat voor het opkomende water van de Jordaan.  De duif van de Geest daalt op hem neer.  Links strekt Johannes de Doper, ook naakt zijn armen uit jaar Jezus terwijl rechts een engel een groot, wit laken ontvouwt.  


Bij de volgende scene zit Jezus, die een kruisvormige nimbe draagt, het bruiloftsfeest in Kanaän voor. 


Zijn moeder die rechts van hem zit, steekt haar handen uit in een bezwerend gebaar.  Links van hem scheidt een bebaarde en met een nimbe dragende figuur, van het paar.  Aan de andere kant van het paneel lopen 2 bedienden rond.  Eén van hen gekleed in een tuniek, ontvangt de beker van de meester des Huizes, de andere draagt een wijnvat op zijn schouders.  Voor de gasten wordt de tafel gedekt, bedekt met een wit tafelkleed en gegarneerd met schalen en schotels gevuld met een grote verscheidenheid aan gerechten waaronder fruit en vis. 



Bron.
- Jean Favière in "Berry roman"; Editions Zodiaque, 'la Nuit des Temps 32'; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vîre 1970.


Bijlagen.

zaterdag 16 augustus 2025

Eglise Saint-Hilaire te Saint-Hilaire-la-Croix (Puy-de-Dôme 63)

 Eglise Saint-Hilaire 

te Saint-Hilaire-la-Croix



Beschrijving.
De gemeente is typerend voor deze kerken in het midden van onregelmatig gevormde open plekken.  Het dorp, het meer en de priorij zijn erg charmant, ondanks de weg die naar het noorden loopt.  Het hagiotoponiem ontleent de naam van de bisschop van Poitiers uit de 4e eeuw en geeft aan hoezeer het bisdom doordrongen is van Aquitaanse heiligen.  Deze titel getuigt van een ander verdwenen gebouw, want de kerk was gewijd aan de heilige Maria Magdalena, afgebeeld op het zuidelijke portaal.  Bertrand en Raymond, kanunniken in Artonne, lieten voor 1151 een heiligdom bouwen en wijden door bisschop Aimerac.  Het huidige gebouw stamt uit deze periode, maar het kooreinde is van een latere datum.  In 1175 regelde bisschop Pons de relatie tussen het kapittel van Artonne en de gemeenschap van Sainte-Madeleine, die onafhankelijker wilde worden.  Uiteindelijk werd deze priorij van 'Lac Roy' in 1324 samengevoegd met een andere priorij met de naam Saint-Hilaire.










Het gebouw bestaat uit een schip met zijbeuken van 4 traveeën, een dwarsschip dat iets uitsteekt boven de oostelijke kapel, een kort recht koor en een apsis.    Het gebouw werd versterkt in de late middeleeuwen.  Het schip, met zijn spits toelopende tongewelf, wordt onderbroken door gordelbogen die ondersteund worden door vierlobbige pijlers met aangezette zuilen, kapitelen en basissen.  De zijbeuken hebben kruisgewelven en hun overspanningen worden beperkt door de gordelbogen.  
Aan de buitenkant zijn de bovenkanten van de muren bedekt met modillions die eenvoudige talons combineren met holtes met daarboven een platte en een kwartronde, wat duidt op een constructie die dateert uit de late 12e eeuw.  De rondbogen bezitten brede afgeschuinde insprongen en insnijdingen.  Het kooreinde en transept weerspiegelen dezelfde veranderingen.  Terwijl de  transeptarmen een tongewelf hebben, heeft de kruising een spitsboog gewelf.  Vervolgens werden de steunkolommen van de buitenste secties dunner en langer, zonder rekening te houden met de eerdere gedrongen voorstellen.  Elke zuil staat op een basis met klauwen en de modillions zijn van een ongebruikelijk type.  Vier scherpe vierkante randen aan weerszijden van een centrale afgeschuinde rand.














Het noordelijke portaal, gemaakt van Chapuzat-kalksteen, is het grootst in omvang.  De stijlen hebben een eenvoudige torus, drie uitsteeksels en colonnetten, plus een gecanneleerde pilaster aan de zijkant.  Het niveau van de kapitelen is versmald om een enkel register van kapitelen en friezen te creëren, zoals het geval was aan het begin van de 13de eeuw.  Terwijl de kruisbloempjes zijn ondergebracht aan de hoekverbindingen van de veellobbige boog, heeft de archivolt een lijstwerkpatroon versierd met figuren, afgewisseld met palmetten of decoratieve elementen.  Gezien de diepte van de insprong creëert de deuropening een uitstek versierd met een colonnet met kapiteellichaam dat rust op het kapiteel van de gecanneleerde pilasters.  Om het geheel te beschermen bedekte een afdak de beelden, die nauwelijks vertegenwoordigd waren voor de productie van het bisdom in de 12de eeuw.   Ze zijn niet alleen te vergelijken met een  verluchting met maskers die voluten uitspuwen waar figuren, nachtzwaluwen, griffioenen, zich in de rankversiering nestelen, maar ook met de realisaties van het noorden van het bisdom in de 13de eeuw.  



























Het tweede portaal, in de zuidelijke muur, beeldt Christus af terwijl hij met Simon eet, terwijl Magdalena aan zijn voeten knielt.  Deze scène, met zijn beknopte betekenis, herinnert zowel aan het laatste Avondmaal als aan de episode van de eerste ontmoeting met Maria Magdalena.  Het dateert uit het laatste kwart van de 12de eeuw.










Er zijn geen religieuze programma's in het schip of de koorafsluiting.  De kapitelen in de bovenste gedeelten hebben grote gladde bladeren en bolvormige knoppen.  Alleen gegraveerde decoratie geeft details weer van de knoppen of zeldzame bladranden.  Er zijn geen opmerkelijke figuren.  Het kooreinde en het transept kenmerken daarentegen een wijziging.  De kapiteellichamen met gebladerte zijn dik gekruld met stengels en palmetten, of een rasterwerk van parelbanden.  De reliefs zijn duidelijker, zelfs als de modellering afwezig is.  Dan overheersen de figuren de onderzijden, met een grijnzend hoofd of een buste omlijst door maskers, dikke ringen met beesten en bustes van soldaten die een man grijpen, of met maskers en bloemenversiering.  
Of nog bij andere kapiteellichamen. De onderwerpen zijn gevarieerd, met maskers die knoppen uitspuwen, acrobatische dansers begeleid door een draailierspeler, griffioenen die uit een kelk drinken, een leeuwenpaar of kapiteellichamen met bladeren.  Uiteindelijk schommelt dit geheel tussen een wetenschappelijk en een profaan programma.  Alleen de portalen bevatten figuren die eigen zijn aan de verluchting, afbeeldingen van heiligen of een christologische scène.  De kapitelen van het schip behouden het bladmotief als herkenningspunt, terwijl de fantastische of monsterlijke figuren de kooromgeving domineren.

Bronnen.
- Bruno Phalip in "Auvergne romane", Itinéraires romans; Editions Faton, Dijon 2013.
- Bernard Craplet in 'Auvergne romane"; Editions Zodiaque, 'la Nuit des Temps', 6ième éditions; L'Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vîre 1992. 

Bijlagen.