Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label afgeschreven kapel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afgeschreven kapel. Alle posts tonen

zaterdag 26 november 2022

Chapelle Saint-Martin te Saint-Martin-la-Vallée (Saône-et-Loire 71)

   Chapelle Saint-Martin 

te Saint-Martin-la-Vallée


Geschiedenis.
Deze oude parochiekerk was oorspronkelijk deze van het kasteel van Semur-en-Brionnais.  Wanneer het verblijf van de heren van Semur op zijn beurt een parochiekerk verkreeg en vervolgens het aartspriesterschap werd de kerk van Saint-Martin-la-Vallée in 1274 als kapel geplaatst onder het patronaatschap van het kapittel van Semur maar werd voor geruime tijd verlaten. 

Beschrijving.
Ondanks zijn ruw voorkomen heeft de kerk een zeker aantal van zijn oorspronkelijke verhoudingen bewaard.  De kerk stelt zich samen met een éénbeukig schip en een half cirkelvormige apsis die een korte rechte travee voorafgaat.  Deze bescheiden travee staat in het zuiden in verbinding met een klein vierkant deel die de klokkentoren draagt en in het oosten verlengd is met een halfronde absidiool.








Het schip wordt verlicht door nauwe, enkel aan de binnenzijde inspringende rondboogvensters.  Een nauwe rondboog met schuin afgewerkte imposten scheidt deze van het kooreinde.  Het rechte gedeelte is overwelfd met een tongewelf, de halfronde apsis met een halfkoepel.  Het altaar aan de noordzijde van het schip zou eveneens uit de romaanse periode dateren. 










Via een soort van overwelfde ingang betreedt men de travee van de zijbeuk die de klokkentoren ondersteunt.  Dit deel is overwelfd met een kleine, ronde koepel op trompen.  De minder brede absidiool is overwelfd met een halfkoepel en verlicht door nauwe rondboogvensters.  De zuidelijke kapel is een toevoeging uit de 16de eeuw.


In 1999 werden bij restauratiewerken romaanse en gotische fresco's ontdekt.  Het betreft verschillende lagen van de 12de tot de 16de eeuw die zich nog gedeeltelijk onder de pleisterlaag bevinden. De oudste fresco's zouden deze met rode voegen en het geschilderde gele paard op een groene achtergrond  uit de einde van de 12de eeuw zijn. 









Aan de buitenzijde bemerkt men het metselverband in voornamelijk breuksteen en kleine metselverband.  De steunberen met talud stutten de grote apsis en een klein dichtgestopt venster bevindt zich in het midden. De gootklos met kraagstenen lopen rond de apsis en deze aan de absidiool zijn gebeeldhouwd met eenvoudige motieven en gezichten.





De verheven klokkentoren neemt direct steun op de koepel.  Gestut door steunberen houdt hij een verdieping in die op iedere zijde opengewerkt is met een rondboog.  De bovenste verdieping bewaart 4 paarsgewijze bogen waarbij de archivolten zijdelings rusten op de imposten en in het midden op 2 colonnetten met kapitelen versierd met gebladerte.  De gootklos bewaart gebeeldhouwde modillons.



Volgens R. Oursel was de kerk aanvankelijk niet voorzien van een transept en 2 absidiolen.  De klokkentoren is hier een losstaande constructie, ontworpen na de bouw van de kerk alhoewel de algemene kenmerken hetzelfde zijn.  Het maakte de constructie noodzakelijk van een klein vierkante gedeelte met zijn koepel.  De absidiool zou een soort van kapel zijn geweest van de heren van Semur.  Het geheel zou dateren uit het einde van de 11de eeuw. 

Bronnen.
- Liliane Schneiter in "Le Brionnais, églises romanes"; Institut d'histoire de l'art du moyen âge; Genève 1967.
- Raymond et A.M. Oursel in "Les églises romanes de l'Autunois et du Brionnais", "Cluny et sa région"; Imprimerie Protat Frères; Macon 1956.

Bijlagen.

zaterdag 3 september 2022

Ancienne église Saint-Maurice te Saint-Maurice-lès-Châteauneuf (Saône-et-Loire 71)

 Ancienne église Saint-Maurice 

te Saint-Maurice-lès-Châteauneuf 


Beschrijving.
De romaanse kapel uit Saint-Maurice-lès-Châteauneuf dateert uit de 12de eeuw.  Het schip werd in de 19de eeuw vernield en nog uitsluitend de klokkentoren en de koorapsis rest van het voormalige gebouw.  
Deze bescheiden kapel was tot het midden van de 19de eeuw een parochiekerk. De kerk was tegen die tijd vervallen en te klein geworden om de bevolking te ontvangen en er werd besloten om het schip te slopen om een ​​nieuwe kerk te bouwen. Net als bij Chassigny-sous-Dun werden het koor en de apsis gespaard; het oude romaanse schip is volledig verdwenen. Het werd in 1926 geklasseerd als historisch monument. In tegenstelling tot de meeste torens in de regio, steekt die van Saint-Maurice niet boven het transept uit maar is gebouwd aan de zuidkant van de kerk, op het niveau van de koortravee. Dezelfde samenstelling vinden we terug in Saint-Martin-du-Lac en Saint-Martin-la-Vallée.


De eenvoudige klokkentoren wordt bekroond met een stenen piramide van 4 zijden en doorbroken van kleine dakramen.  Op zijn 4 zijden is één verdieping doorbroken van paarsgewijze bogen waarvan de archivolten in rondboog terugvallen op 2 dunne colonnetten. 



De koortravee die verlengd wordt door een halfronde apsis was oorspronkelijk verlicht door 3 rondboogvensters die herwerkt of dichtgestopt zijn.  De apsis is overwelfd met een gebroken halfkoepel.




Aan de buitenzijde loopt een gootklos rond de apsis  en wordt ondersteund door mooie gebeeldhouwde modillons die dierenhoofden en grijnzende figuren voorstellen vergelijkbaar met deze van de nabij kerk van Châteauneuf.  Deze zijn typisch voor de beeldhouwkunst in de Brionnais.






Bijlagen.

maandag 22 augustus 2022

Ancien prieuré Saint-Pierre te Bezornay (Saône-et-Loire 71)

 Ancien prieuré Saint-Pierre 

te Bezornay


Geschiedenis.
Het gehucht van Bezornay is voor de 1ste maal vermeld in 909, in een charter van de abdij van Cluny; "In pago Matisconense, in agro Maciacense, in villa Besorniago".  Op een hoge plaats van een helling hingen de gronden van Bezornay af van de abdij van Cluny.  Begin 10de eeuw lijkt het een eigendom van beperkte omvang te zijn.  De bezittingen van Cluny temidden van de omliggende bezittingen vermeerderen echter heel vlug vanaf 980.  Tot en met 1010 ziet men een opeenvolging van charters die de aankoop van de toegestrommde gronden en bezittingen verhalen zodat zich een uitgestrekt domein vormt rond de hoofdplaats van Bezornay. In 984 is een kapel toegewijd aan Saint-Pierre vermeld welke het jaar voordien opgericht was. 
De wijziging van het domein van Berzornay in een dekenaat van Cluny is een langzaam proces.  Het is waarschijnlijk dat het geheel het statuut van dekenaat verkrijgt in het midden van de 11de eeuw.  Tijdens deze periode is het domein reeds omringd met een omwalling alhoewel beperkt en niet als een werkelijke versterking.  De positie van het dekenaat, ter hoogte van de omliggende bezittingen, biedt de monniken de mogelijkheid om de opeenvolgende, ontvangen bezittingen te bewaken en te controleren, en de uitstraling van de abdij te begunstigen.  Deze rol van controle en verdediging van het territorium deinst het dekenaat eveneens om de abdij te bevoorraden met voedingsmiddelen.  Het dekenaat heeft zichtbaar niet de functie als belangrijke verblijfplaats zoals te Mazille wat een verdeling van functies tussen de verschillende dekenaten van Cluny laat veronderstellen.  Tijdens deze periode is de kapel eveneens gereconstrueerd en wijzigt zij onder het patronaat van Sainte-Agathe. 
Rond 1200 wijzen de monniken van Cluny als lijfrente het dekenaat van Bezornay toe aan Béatrice, gravin van Châlons.  Deze overdracht biedt de mogelijkheid om de twisten tussen de graven van Châlons en de abdij van Cluny te stillen die sedert de 2de helft van de 12de eeuw ernstig waren.  Op het einde van de 13de eeuw laat de abt, Yves II, de versterkingen van het dekenaat verstevigen dat reeds sedert 1321 vermeld wordt als castrum.  Alhoewel stevig versterkt gaat het niet om een kasteel maar eerder om een belangrijk domaniaal hof voorzien van een kapel.  In de 14de eeuw zijn de omwalling en de ophaalbrug vervolledigd en de logementen gereconstrueerd.
In 1570 is Bezornay geplunderd door de Hugenoten zoals het merendeel van de dekenaten in de regio.  Vanaf de 16de eeuw is het domein verpacht zoals veel vergelijkbare domeinen tijdens deze periode.  Het merendeel van de inkomsten zijn verschillende heffingen.  In de 18de eeuw bestaat en functioneert het domein nog steeds.  In 1791 wordt het als nationaal goed verkocht aan Pierre Panay die te Bezornay woont.  In de 19de eeuw is het domein gedeeltelijk in ruïne en verdeeld onder verschillende eigenaars.  Het is waarschijnlijk tijdens deze periode dat de romaanse kapel is omgevormd tot woonst.
Het dekenaat is nu verdeeld onder 3 eigenaars met de kapel, de toren en andere verschillende gebouwen.  In de jaren 2010 zijn de toren en de kapel het voorwerp geweest van een renovatie en een volledig herstel.  Deze werden beëindigd in 2016.  De romaanse kapel is nu verbonden met een moderne constructie in hout door een overloop in glas.  De moderne constructie is op een stalen constructie vastgezet die geen invloed heeft op de historische site. 









Bijlagen.