Zoeken in deze blog

woensdag 23 september 2026

Eglise Saint-Pierre-aux-Liens te Caunay (Deux-Sévres 79)

 Eglise Saint-Pierre-aux-Liens 

te Caunay


Geschiedenis.
Caunay wordt voor het eerst genoemd in 799, in de archieven van de abdij van Nouaillé (Vienne), onder de naam Colnagum. Caunay, dat aanvankelijk onder Blanzay viel, werd aan het einde van de 10e eeuw de hoofdplaats van een „viguerie”, een Karolingisch bestuursgebied dat onder de jurisdictie viel van een ambtenaar aan wie de graven een deel van hun gezag hadden gedelegeerd.
De voortdurende banden met de abdij van Nouaillé zorgen ervoor dat het bezit van de monniken, dat in 799 wordt vermeld, in 1118 door de paus wordt bevestigd. Dit gold ook voor de kerken van Clussais en Saint-Génard, waarmee het overigens bepaalde architectonische overeenkomsten vertoont. 

Beschrijving.
Bij het naderen van de kerk, die op het dorpsplein staat, vallen twee duidelijk te onderscheiden delen op: het schip en het koor. 
Het schip, bedekt met gebogen dakpannen, heeft een laag profiel, bijna zonder raamopeningen. Dit deel heeft te lijden gehad onder verschillende oorlogen: in de zuidelijke muur is te zien dat de bouw is hervat op oude funderingen. Men betreedt de kerk via de zuidelijke zijdeur, waarvan de kapiteelversieringen met haken erop wijzen dat deze dateert uit de 13e of de 14e eeuw. Fijne steengravures komen overeen met hetzelfde gotische tijdperk.
Aan de buitenzijde van het koor rijst het dak met platte dakpannen ver boven het schip uit. De apsis wordt onderbroken door steunberen in de vorm van zuilen die drie vensters met brede bogen omlijsten. Deze rusten op kapitelen waarvan de symboliek vaak twijfelachtig: vogels die pikken aan de oren van menselijke hoofden, of slangen, zoals in Saint-Génard, tegenover elkaar staande leeuwen, bladwerk, vogels die uit een beker drinken, een zeemeermin met twee staarten zoals in de Notre-Dame-la-Grande van Poitiers. De pijlers met diamantvormige punten duiden op de 12e eeuw.
In het schip vertonen de grote, kale muren met hun witte pleisterlaag geen bijzondere architectonische elementen. Het dakgebinte is zichtbaar, direct onder het dak. 
Binnenin vormt het koor een prachtige stenen bouwwerk; een tegenstelling met het schip. De apsis is voorzien van een licht gebroken gewelf in halfkoepel. De omlijsting van de ramen rust op een dik draagvlak dat twee gedrongen zuilen draagt. In de uitsparing van de bogen rust een torische lijst – dat wil zeggen in de vorm van een cilinder – op kleine kapitelen zonder dekstuk en loopt door in colonnetten met dezelfde diameter. Deze samenstelling, van het type Limousin, is ook terug te vinden in de kerk van Saint-Génard

Geen opmerkingen: