Zoeken in deze blog

Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht lanville. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht lanville. Sorteren op datum Alle posts tonen

zondag 12 april 2026

Ancien prieuré Saint-Maur te Lanville; Marcillac-Lanville (Charente 16)

 Ancien prieuré Saint-Maur 

te Lanville; 

Marcillac-Lanville


Geschiedenis.
De priorij van de reguliere kanunniken van Lanville werd gesticht tijdens het bisschopsambt van Girard de Blay, rond 1120.  Deze gemeenschap bleef bestaan tot aan de godsdienstoorlogen, ondanks waarschijnlijke plunderingen tijdens de Honderdjarige Oorlog. Maar in de 17e eeuw was ze vervallen, waarna ze door de "chanoines génovéfains" werd hersteld, die een deel van de kloostergebouwen herbouwden.  Deze zijn sinds de Revolutie verdwenen, met uitzondering van een bijgebouw, een vrij bescheiden 18e-eeuwse woning ten zuiden van de kerk, die sinds de opgraving en renovatie door de Club Marpen in de jaren 1970 opnieuw onderdak biedt aan een religieuze gemeenschap. Ten noorden van de kerk zijn aan de rand van de velden nog enkele overblijfselen te zien van het klooster en de voormalige kapittelzaal, in laatgotische stijl uit het einde van de 15e of het begin van de 16e eeuw.

Foto Wikipedia





Beschrijving.
De kerk, gebouwd in het midden van de 12e eeuw, bestond uit een éénbeukig schip van bijna 30 meter lang, verdeeld in drie grote vierkante traveeën. Het brede, uitspringende transept is qua afmetingen enigszins asymmetrisch, maar elke arm is voorzien van een kleine apsis.  Een ruime apsis, voorafgegaan door een korte rechte travee, opent zich op een zeer ruime kruising, overdekt door een koepel op pendentieven.  Bovenaan de kruising rijst een vierkante klokkentoren op, met aan drie zijden drie rondboogvensters.  Er is alleen nog de bovenste verdieping te zien, omdat de daken van de apsis en het transept tijdens een versterkingscampagne, waarschijnlijk na afloop van de Honderdjarige Oorlog, zijn verhoogd, waardoor de sokkel ervan aan het oog is onttrokken.  Een schietgat boven het zuidelijk portaal van het transept, aan de kant van het dorp, dateert eveneens uit deze onrustige periode.

Plan volgens Jean Georges

Het gebouw heeft nog meer tegenslagen gekend, aangezien de westgevel aan het begin van de 20e eeuw instortte.  Het schip werd daarom met één travee ingekort en kreeg een nieuwe gevel, een bleke afspiegeling van de vorige.  Voor het overige is het grootste deel van de romaanse structuur bewaard gebleven, ook al zijn sommige delen pas in de gotische periode herzien of voltooid. Dit gold bijvoorbeeld voor de gewelven van het schip, bestaande uit een reeks kruisribben die in 1625 instortten. Hetzelfde geldt voor de twee ramen met stralend maaswerk, die de romaanse ramen op de zuidmuur van het transept hebben vervangen.



Waarschijnlijk werd de bouw van de romaanse kerk begonnen bij het koor en het transept, wellicht vóór 1050.  De constructie is homogeen, opgetrokken uit prachtig, perfect op elkaar afgestemd natuursteen.  Hoewel de apsis aan de buitenkant vrij sober is, ondanks de aanwezigheid van een kroonlijst met enkele gebeeldhouwde modillions en ramen met zuiltjes, ontbreekt het binnenste niet aan elegantie, met zijn boogreeks gedragen door zuiltjes met gebeeldhouwde kapitelen die zijn afgeleid van de kunst van de Sint-Pieterskathedraal. 

















Op de kruising dragen krachtige zuilenbundels de bogen met drie gordingen die de pendentieven van de koepel ondersteunen. De versiering van de kapitelen is hier voornamelijk plantaardig, met name prachtige kapiteellichamen van het Korinthische type met scherp afgetekend bladwerk die wijzen op het midden of de tweede helft van de 12e eeuw. De stijl van de zeer ruime vormgeving van de oostelijke delen is ongetwijfeld te danken aan de kathedraal van Angoulême.  Het is daarentegen moeilijk te zeggen welke dakconstructie oorspronkelijk voor het schip was voorzien; ging het om een reeks koepels of al om kruisribben? Dat is niet met zekerheid te zeggen. In ieder geval had de westgevel, zoals bekend uit oude documenten, drie niveaus met boogreeksen, wat haar deed lijken op die van de abdijkerk van Châtres, een andere kerk van reguliere kanunniken die waarschijnlijk uit dezelfde tijd stamt.















Twee andere bijzondere kenmerken van dit monument verdienen  te worden benadrukt: enerzijds de reeks grafinscripties van kanunniken die nog steeds op de buitenmuur van de apsis te zien zijn en dateren uit de 12e eeuw, en anderzijds de gotische muurschilderingen in de zuidelijke apsis en het schip.




Bron.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes de Charente"; Geste Editions; La Crèche 2010.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Editions Letouzey et Ané; Paris 1932.



Bijlagen.

donderdag 11 juni 2026

Eglise Notre-Dame te Mons (Charente 16)

 Eglise Notre-Dame 

te Mons


Beschrijving.
Het was een van de oudste kerken die onder de priorij van Lanville viel; de bouw ervan zou teruggaan tot het eerste kwart van de 12e eeuw. Maar de kerk heeft diverse beschadigingen ondergaan en werd in 1806 gedeeltelijk door de bliksem verwoest.

Plan volgens J. George

Het schip, dat is overdekt met een gipsgewelf, bezit aan de westzijde een oude travee die wordt begrensd door een zuil op een steun, alsof er een koepel op moet komen; op de muren is een boogreeks aangebracht die wordt ondersteund door een voetstuk en twee kleine zuilen.  Daarna volgen nog twee ongelijke traveeën die, in plaats van een oorspronkelijk tongewelf, kruisribgewelven hebben gekregen, gedragen door een bundel van drie zuilen, met klauwen aan de basissen en kapitelen met waterbladeren, uit het einde van de 12e eeuw.  De valse viering onder de koepel, met slecht gemonteerde pendentieven, heeft grote rondbogen op rechthoekige pilasters uit dezelfde periode en twee zuiltjes onder de hoekstenen.  Het koor, met een vlakke achterwand, is in de 15e eeuw voorzien van kruisribgewelven en wordt verlicht door romaanse rondbogen aan de zijkanten en een flamboyant aan de oostzijde.



De gevel, die kan worden gedateerd rond 1160, wordt geflankeerd door twee dubbele steunberen; er is een portaal met drie booglijsten in aangebracht, met een kordonlijst, zuiltjes, fraai gebeeldhouwde kapitelen en basissen met klauwen en voetringen. Op een kapiteel van het portaal is Daniël in de leeuwenkuil afgebeeld.  Daarboven bevindt zich een venster met één gording, omgeven door een cordonlijst en gedragen door zuiltjes waarvan de verlengde dekstukken de verbouwde puntgevel dragen, met daarboven een kruis uit de 15e eeuw.  Aan de zijkanten zijn de steunberen aan de westzijde verdubbeld; de andere, van 1,50 m bij 0,25 m, zijn over het algemeen versterkt.  De moderne vierkante klokkentoren, met een vrij hoge vierkantige spits, is op een deel van de koepel geplaatst.









Daniêl in de leeuwenkuil






Bron.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzey et Ané; Paris 1933.


Bijlagen.