Zoeken in deze blog

maandag 20 augustus 2018

Chapelle Sainte-Birgide te Fosses-la-Ville (Namur)

Chapelle Sainte-Birgide 
te Fosses-la-Ville

Beschrijving. 
Deze kapel dateert hoofdzakelijk uit 1659 maar bezit een vierkante, gedrongen westertoren die uit de 10de of de 11de eeuw kan dateren.



De buitengevels zijn volledig gesloten.  De benedenruimte staat in verbinding met het schip door een onversierde rondboog.



Bron.
- Geert Bekaert en Jean-Pierre Esther in België romaans; Uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.

Bijlagen.

Collégiale Saint-Feuillen te Fosses-la-Ville (Namur)

Collégiale Saint-Feuillen 
te Fosses-la-Ville

Beschrijving.
De kerk van Fosses-la-Ville heeft een heel oude ontstaansgeschiedenis.  
Een eerste kloosterkerk werd er gesticht door de Ierse monnik Foillanus in de 7de eeuw, onder impuls van Ittre van Nijvel, op een plaats die reeds in de eerste eeuw werd bewoond.  Een tweede kerk, toegewijd aan Sint-Pieter, kwam tot stand op het einde van de 8ste en het begin van de 9de eeuw.  De funderingen van deze Karolingische kerk bleven behouden bij de bouw van een nieuwe Romaanse kerk die in 1153 werd ingewijd en waarvan alleen delen zijn overgebleven in de huidige transeptarmen.  De kerk zelf werd in 1721-1723 volledig verbouwd met uitzondering van de toren en de crypte.  
De monumentale westertoren met een plattegrond van 12 op 12 meter, is geflankeerd door 2 ronde traptorens.  Op de begane grond bevond zich een soort van crypte waar ook een waterput aanwezig was ten behoeve van de bevoorrading wanneer de toren als donjon werd gebruikt.  De toren dateert van het einde van de 10de of het begin van de 11de eeuw.  De architectuur is uiterst eenvoudig, opgetrokken in onregelmatig metselverband.  Aan de westzijde springt de voorgevel in op iedere verdieping.




Daar de overdracht van de relieken van de heilige Foillanus plaats vond in 1086, veronderstelt men dat de omvangrijke crypte, bedoeld voor de verering van deze relieken, tot stand kwam op het einde van de 11de eeuw of begin van de 12de eeuw.
Het is een buitencrypte, niet onder maar tegen het koor aangebouwd op gelijkvloers niveau.  Ze telt 5 beuken en 2 traveeën en is toegankelijk langs beide zijden van het koor.  De oostzijde wordt afgesloten door absidiolen.  De centrale apsis dateert echter van 1655.  De graatgewelven rusten op vierkante pijlers met imposten.  Het is het enige bewaarde voorbeeld van een buitencrypte in het Maasgebied.  De crypte werd in 1900-1902 op een heel radicale wijze gerestaureerd.



Bronnen.
- Geert Bekaert en Jean-Pierre Esther in België romaans; Uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.

- Jacqueline Leclerc-Marx in L'art roman en Belgique; Editions J.-M. Collin; Liège 1997.
- Jean Roubier en André Courtens in Romaanse kunst in België; Uitgeverij Vokaer; Brussel 1972.

Bijlagen.

Eglise Saint-Hubert te Lens-sur-Geer, Oreye (Liège)

Eglise Saint-Hubert 
te Lens-sur-Geer, Oreye

Beschrijving.
Oreye (Oerle), behoorde in de middeleeuwen tot het graafschap Loon.  De kerk Saint-Hubert te Lens-sur-Geer is gelegen op een heuvelflank.


Het schip en de toren zijn Romaans, opgetrokken in silex.  De zware, vierkante westertoren telt 3 verdiepingen, gescheiden door doorlopende lijsten.  De hoekkettingen zijn van grijze Maaslandse kalksteen en zijn in de 18de eeuw aangebracht, net als de geblokte rondbogen aan de vensters die het schip verlichten.  Alleen de kleine galmgaten onder de rand van het leiden tentdak doorbreken de bovenbouw van de toren die duidelijk een defensieve functie had.


Sporen van gedichte scheibogen en bovenvensters in beide zijgevels van het schip tonen nog de vroegere aanleg van de driebeukige kerk van 4 traveeën.






Bron.
- Geert Bekaert en Jean-Pierre Esther in België romaans; Uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.

Bijlagen.

Eglise Notre-Dame te Mousty (Brabant-Wallon)

Eglise Notre-Dame 
te Mousty

Beschrijving.
De OLV-kerk te Mousty is één van de oudste voorbeelden van een driebeukige kruiskerk met vieringstoren en rechtsafgesloten koor.  Deze sluit aan bij de Maaslandse architectuur van de 11de eeuw.


De transeptarmen waren oorspronkelijk lager dan het middenschip, dat in 1770-1771 aan de heersende mode werd aangepast.  Het middenschip bewaart nog de oorspronkelijke venstertjes en het daktimmerwerk.  Het metselwerk is nog ruw, enkel de geprofileerde kraagstenen die de uitsprong van de dakrand dragen wijzen op het zoeken naar verfijning.




Het gebouw is vooral belangrijk omwille van de nog gaaf bewaarde crypte onder het koor welk in 1967-1969 hersteld werd door S. Brigode.  De vierkante ruimte is overkluisd met 4 kruisgewelven, centraal gedragen door 1 vierkante pijler met een doorlopende impost.


Bron.
- Jean-Pierre Esther en Geert Bekaert in België romaans; Uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.

Bijlagen.

Eglise Notre-Dame te Bossière (Brabant-Wallon)

Eglise Notre-Dame 
te Bossière




Bijlagen.

Eglise Saint-Pierre te Linsmeau (Brabant-Wallon)

Eglise Saint-Pierre 
te Linsmeau

Beschrijving.
Te Lincent en het nabijgelegen Linsmeau werden vanaf de 12de eeuw, steengroeven uitgebaat, van een lichte, geelachtige tufsteen, een bouwmateriaal dat gemakkelijk in regelmatige blokken kon worden gehouwen en in deze streek graag en veelvuldig werd toegepast bij kerkgebouwen.  De ontginning begon reeds in de Romeinse periode tot en met de jaren 1940.
De zware, ingebouwde westertoren van de Sint-Pieterskerk te Linsmeau is bijvoorbeeld met deze tufsteen opgetrokken.  De Romaanse toren die ingesloten zit tussen de zijbeuken, opgetrokken in de 18de eeuw, stelt in het oosten een onversierde gevel voor, onderverdeeld in 3 verdiepingen.  Deze worden gescheiden door zware kordonlijsten.  De gevel wordt in het midden alsook aan de zijbeuken doorbroken met een oculus van de 18de eeuw in de steen van Gobertange.




Bron.
- Jean-Pierre Esther en Geert Bekaert in België romaans; Uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.

Bijlagen.

Eglise Saint-Martin te Courcemain (Marne 51)

Eglise Saint-Martin 
te Courcemain











Bijlagen.