Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label cisterciënzer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cisterciënzer. Alle posts tonen

zaterdag 31 januari 2026

Ancienne abbaye Notre-Dame te Boschaud; Villars (Dordogne 24)

Ancienne abbaye Notre-Dame  
te Boschaud; Villars


Beschrijving.
Boschaud was één van de 4 cisterciënzerabdijen in de Perigord.  Het jaar 1154 zou het stichtingsjaar zijn van de kerk onder het patronaat van OLV.  Zij werd ingewijd in 1159.
De geschiedenis van de abdij is onvolledig, nochtans weet men dat de abdij een hard bestaan kende daar reeds in de 13de eeuw, de monniken er verdreven werden.  Bij het begin van de 14de eeuw trachtten zij er echter een nieuw bestaan op te bouwen.  De commende verzwakte echter, reeds in de 15de eeuw, het monasterium dat door de Godsdienstoorlogen en de Fronde werd vernield.
De kerk besloeg een kruisvormig plan.  Naar een tekst van 1680 hield het schip, 3 traveeën in, overwelfd met koepels.  Er rest nog enkel een gedeelte van de 3de travee waarvan 2 grote gebroken bogen met cilinder, 2 pendatieven en een deel van de kapconstructie.





Het transept dat eveneens een overwelving in koepel kreeg, alsook de kruisbeuken in tongewelf waren ingestort maar zijn door de dienst historische Monumenten heropgericht geweest.  De steunmuren van de kruisbeuken zijn versierd met toegevoegde bogen.




De afgeronde absidiolen die zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde vlak zijn, omkaderen de halfronde apsis welke vlak is aan de binnenzijde maar omringd is met toegevoegde bogen aan de buitenzijde.






Men kan hier de aandacht vestigen op de strengheid van zijn architectuur in gekozen materiaal en met een strenge stereotomie.  De heel discrete versiering vindt men uitsluitend terug in de modillons van de gootklos ten westen van de kruisbeuken en in de kordonlijst die de puntgevels tot uitdrukking laten komen.




Ten zuiden van de kerk vindt men nog een mooie kapittelzaal terug.








Bronnen.
- Jean Secret in Perigord Roman; Editions Zodiaque, "La Nuit des Temps" 27, Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1979.
 - Jean Secret in Itinéraires romans en Périgord; Editions Zodiaque, "Les traveaux des mois" 16, Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1977.
 - Jean Secret in Promenades en Périgord roman; Editions Zodiaque, Itinéraires culturels, Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 2002.




Bijlagen.

donderdag 10 oktober 2019

Eglise Saint-Nicolas te Châtillon-sur-Seine (Côte-d'Or 21)

Eglise Saint-Nicolas 
te Châtillon-sur-Seine

Beschrijving.
De oprichting van de kerk gaat terug tot de 12de eeuw waarschijnlijk met de stichting van het hospitaal Saint Germain die de zieken en pelgrims opving op weg naar Sint Jacob van Compostella en waarvan zij de kerk was.
Met bescheiden afmetingen van 34,7 op 17,2 meter is de kerk samengesteld uit 2 te onderscheiden delen namelijk een romaans schip van 4 traveeën waarvan de 4de travee de klokkentoren draagt en met 2 zijbeuken, en een flamboyant gotisch kooreinde gevormd met een rechte travee die toegevoegd wordt van 2 hoge, vierkante kapellen en verlengd door een apsis van 5 wanden.




De westelijke gevel versierd met een nis waarin zich een beeld van de heilige Niklaas bevindt, is doorbroken met 3 vensters en een portaal in rondboog met dubbele booglijsten die rusten op 4 zuilen waarvan de basissen zich ondergronds bevinden.  De bodem is opgehoogd geweest om het gebouw te vrijwaren van overstromingen.






Deze gevel was oorspronkelijk omringd met 2 kleine ronde torentjes waarvan er nog één aan de noordelijke zijde bestaat.  Deze werd echter gereconstrueerd en verhoogd om een horloge te herbergen.  De muren zijn opengewerkt met 3 grote vensters en de steunberen aan de hoeken zijn sterk uitstekend.



De massieve, vierkante klokkentoren van de 12de eeuw en hernomen in de 16de eeuw, is op iedere van zijn zijden doorbroken door 1 rondboog aan iedere zijde die achteraf door een middenstijl herverdeeld werd.




Tijdens de bombardementen op Châtillon op 15 juni 1940 werd de kerk ernstig beschadigd met een vernieling van de zuidelijke zijkapel en de daken.  De torenspits brandde af en stortte in waarbij het vuur oversloeg op het houtwerk aan de binnenzijde van de kerk.  De klokkentoren werd gereconstrueerd volgens het model van de kerken tijdens de periode van hun oprichting.
De binnenzijde van het gebouw verrast door het grote verschil tussen het sobere en massieve schip en het verheven en verlichtte koor.




Het romaanse schip is overdekt met een gebroken tongewelf dat versterkt wordt door de gordelbogen.  Het schip wordt begrensd door de zijbeuken waarvan de as van de gewelven loodrecht staat op deze van de hoofdbeuk.  Deze samenstelling vindt men eveneens terug in de abdijkerk van Fontenay en de vroegere Sint-Pieters kerk, nu OLV, van Châtillon-sur-Seine.  Dit verzekerde een grote stabiliteit aan de constructie maar verhinderde een directe lichtinval in het schip.






Het geheel gevormd door de koorapsis en het voorkoor geflankeerd van de zijkapellen is overwelfd met kruisribben met versierde sleutels.  Deze kruisingen zijn vervolledigd door kruinribben en hulpribben.  Deze kleine ribben zijn eigen aan de late gotische stijl.



(foto wikipedia)
Bijlagen.