Eglise Saint-Laurent
te Rougnat
Beschrijving.
De kerk is gewijd aan de heilige Laurentius. Het patronaat behoorde toe aan de abdij van Chambon. Deze kerk bestaat uit een schip, dat nog slechts twee traveeën telt en uitloopt in een halfronde apsis, en een dwarsschip met kleine apsissen. De eerste travee van het schip en de klokkentoren die er bovenuit stak, zijn ingestort en de klokken zijn ondergebracht in een nieuwe constructie voor het schip van de kerk.
De twee overgebleven traveeën van het schip hebben ribgewelven die, net als een deel van de steunpilaren, in de 14e eeuw zijn vernieuwd. Deze steunpilaren – hoekzuiltjes aan de westzijde en kolommen op steunmuren tussen de twee traveeën die de gordelboog dragen – reiken tot 2,50 m boven de vloer en hebben een amandelvormig profiel. De gordelboog, die de uiterste travee van de kruising van het transept scheidt, wordt gedragen door dikke ronde zuilen die rusten op gebeeldhouwde afsluitstukken. Gordelbogen van hetzelfde type markeren de ingang van de overwelfde kruisbeuken met een halfkoepel. Het koor heeft een ribgewelf dat uitstraalt rond een centrale sluitsteen.
Het koor en de kleine apsissen zijn bekleed met een elegante 18e-eeuwse houten lambrisering, die rond 1750 door een kunstenaar uit Lyon, ridder Lombardi, op kosten van een pastoor, abbé Panier, van beschilderingen was voorzien. Er resten nog enkele panelen , die in zeer slechte staat verkeren.
Achter in de zuidelijke zijbeuk bevindt zich een soort versierde nis met gebeeldhouwde engelenfiguren. Een doopvont, aan de westkant van het schip, is een moderne opstelling waarin romaanse kapitelen zijn hergebruikt, waarvan er één een zittende figuur voorstelt die met elke arm een ezel of een paard vasthoudt dat zijn hoofd op de knieën van de figuur laat rusten; achter elk dier staat een boom.
De verhoogde apsis heeft haar romaanse steunberen en twee oude rondboogvensters behouden. Het portaal, dat in het zuiden uitkomt, heeft een gebroken boog met rollijsten, zuiltjes en kapitelen die een fries vormen; aan weerszijden sluit een blinde boog hierop aan. In de zuidmuur is een nis met gebroken boog en een voetlijst uitgehouwen; daarboven bevindt zich een langwerpig raam met klaverbladboog.
De ingestorte klokkentoren was vierkant en had aan elke zijde ramen met spijlen en gebroken bogen.
Bron.
- Louis Lacrocq in "Les églises de France, Creuse"; Librairie Letouzey et Ané, Paris 1934.
Bijlagen.






























Geen opmerkingen:
Een reactie posten