Zoeken in deze blog

zondag 24 augustus 2025

Ancienne abbatiale Notre-Dame te Puyferrand; Le Châtelet (Cher 18)

 Ancienne abbatiale Notre-Dame 

te Puyferrand; 

Le Châtelet



Beschrijving.
Op de top van een heuvel was de oude abdijkerk lange tijd de zetel van de parochie van Le Châtelet.  De bevolking woonde op enige afstand gegroepeerd van het feodale kasteel.  Het monasterium hield een gemeenschap in van reguliere kanunniken van de heilige Augustinus dat reeds in 10 vermeld werd.
De kerk opgericht in de loop van de 12de eeuw werd in de 13de eeuw gewijzigd en uitgebreid aan de zuidelijke flank van het schip met een grote kapel bestemd voor de vieringen van de parochie.  Waarschijnlijk getroffen door een brand die het monasterium in 1569 vernielde tijdens de doortocht van de protestantse troepen van de hertog van Deux-Ponts.  Op het einde van de 16de en in de 17de eeuw was zij het voorwerp van werken, onder het abbatiaat van Pierre Gaussin.




De oorspronkelijke Romaanse kerk hield een éénbeukig schip in met een transept waarop zich 2 absidiolen openen, met een apsis voorafgegaan van een koor en 2 kleine absidiolen waren uitgespaard als een soort van sacristie.  Deze waren aan de buitenzijde begrensd met een muur die een rond gedeelte vormde waarin men een vroeger venster in de as heeft vervangen.  De zuidelijke absidiool is eveneens vervangen.
















De viering van het transept overdekt met een koepel op penditieven is heel uitzonderlijk in de regio en opent zich op andere delen van de kerk door de gebroken bogen die gedragen worden door de aangezette zuilen met basissen van lijstwerk voorzien met een zware voetring en met een band die het van een hollijst scheidt.  De kapitelen met versierde dekstukken zijn glad of versierd met motieven zonder groot reliëf met cirkels, rankversiering, enz....    









Iedere kruisbeuk telt 2 traveeën.  De travee het dichtste bij de transeptarm, die erg smal is, wordt overwelfd met een tongewelf, verhoogd om tegengewicht te bieden aan de koepel.  Een lang gebroken tongewelf overdekt de tweede travee. De verbinding tussen het transept en het schip verloopt via een grote boog samen met 2 "passages Berrichons"'.  Twee aangezette zuilen ondersteunen de koepel van de kruising aan deze zijde.




Het schip zelf heeft grote veranderingen ondergaan.  In de 13de eeuw werd de oorspronkelijke overwelving in hout, gedeeltelijk vervangen door een ribgewelf, aan de westzijde begrensd door een muur doorbroken van een gebroken boog.  Het niveau van de ramen is verlaagd en op verschillende plaatsen zijn nog sporen van deze herneming zichtbaar waarschijnlijk daterend uit de 16de eeuw.  Het portaal met etages en kapitelen met knoppen werd aan de zuidzijde voltooid toen de parochiekapel werd gebouwd.  Deze kondigt reeds de 13de eeuw aan en is aan iedere transformatie ontsnapt.  Het is gebouwd in een mooi metselverband en maakt deel uit van een grote puntgevel die verticaal in 3 delen verdeeld is door de steunberen.  Twee blinde bogen, gescheiden door een pilaster en een raam, vormen de enige decoratie van de 2 zijdelingse traveeën.









De centrale travee bezit 3 verdiepingen.  Aan de basis komt de ingang uit op een linteel met loten die ondersteund wordt door 2 colonnetten met gekrulde kapitelen die op hun beurt een timpaan in opus reticulatum ondersteunen.  Eén enkele torische booglijst valt op de kapitelen met gebladerte van 2 colonnetten en omringt het timpaan.  De middelste verdieping wordt ingenomen door een drievoudige torische boog waarvan de kapitelen rustieke taferelen en maskers die linten uitspuwen, voorstellen.  Tenslotte is hierboven een groot centraal venster omringd door kanteelversiering net als de bogen in de zijdelingse traveeën die op hetzelfde niveau zijn geplaatst.

















Met uitzondering van een paar modillons van de oude kroonlijst is het enige opvallende kenmerkt aan de buitenzijde, de klokkentoren die bovenaan de kruising staat.  Van het vierkante plan, is deze op zijn 4 zijden opengewerkt door paarsgewijze rondbogen die afgeschermd worden door ontlastingsbogen.  Twee kroonlijsten benadrukken de bovense verdiepingen, één aan de basis van de bogen, de andere onder het dak aan de 4 zijden.  Deze zijn gekenmerkt door bolvormige segmenten die in de afschuining van de tablet insnijden en deze met de modillons verbinden.











Bron.
- Jean Favière in "Berry roman"; Editions Zodiaque, 'la Nuit des Temps 32; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vîre 1970.


Bijlagen.
-https://atlas-roman.blogspot.com/2016/01/e-chatelet-ancienne-abbatiale-notre-dame-de-puyferrand.html

Geen opmerkingen: