Eglise Saint-Saturnin
te Saint-Saturnin
Beschrijving.
Deze parochiekerk, die voor het eerst in 1110 wordt genoemd, heeft de vorm van een langwerpige rechthoek. De twee oostelijke traveeën van het schip en de rechthoekige, iets smallere koorruimte zijn aan het einde van de middeleeuwen voorzien van een kruisribgewelf.
Het gebouw onderscheidt zich daarentegen door de aanwezigheid, aan de westkant, van een travee die wordt overdekt door een eivormige koepel, langswaar men het gebouw binnenkomt. Deze opmerkelijke vorm wordt bepaald door de verlenging van de travee in de as van het gebouw. Bovendien zal men verbaasd zijn te ontdekken dat de klokkentoren, die gewoonlijk aan de oostkant van het schip staat, hier boven deze travee aan de gevel uittorent. Er moet echter worden opgemerkt dat de achthoekige toren die men momenteel ziet, een bouwwerk uit de 15e of 16e eeuw is.
Het belangrijkste kenmerk van deze kerk is juist de gevel, die in twee niveaus is verdeeld, krachtig gearticuleerd door steunberen en horizontaal afgesloten door de voet van de helling die de klokkentoren benadrukt. Boven de twee blinde zijbogen van een vrij sobere benedenverdieping tekent zich een tussenverdieping af, bestaande uit twee nissen onder bogen die wat onhandig in de hoeken van het portaal zijn aangebracht. In deze nissen bevinden zich gebeeldhouwde reliëfs die wellicht afkomstig zijn van een vroegere gevel. Links is te zien dat twee uiteinden van een groot timpaan zijn hergebruikt en samengevoegd tot een motief in de vorm van een spitsboog. Rechts gaat het ongetwijfeld om het centrale deel van datzelfde timpaan. De twee figuren links zijn met een aureool omgeven en men kan er heiligen of prelaten in herkennen die oorspronkelijk de drie figuren begeleidden die nu rechts zijn geplaatst. Christus staat in het midden, geflankeerd door de Maagd Maria en de heilige Johannes. De verfijning van deze bas-reliëffiguren uit het tweede kwart of het midden van de 12e eeuw roept een voor de hand liggende vergelijking op met het timpaan op de benedenverdieping van de kathedraal Saint-Pierre in Angoulême en de westgevel van de noordelijke arm van het transept van Saint-Amant-de-Boixe.
Bronnen.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste éditions; La Crèche 2010.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Libraire Letouzey et Ané; Paris 1932.
- Sylvie Ternet in "Les églises romanes dans l'Angoumois"; Le Croît Vif; Paris 2006.
Bijlagen.































Geen opmerkingen:
Een reactie posten