Zoeken in deze blog

donderdag 24 mei 2018

Eglise Saint-Nicolas te Saint-Nicolas-la-Chapelle (Aude 10)

Eglise Saint-Nicolas 
te Saint-Nicolas-la-Chapelle

Beschrijving.
Een bull van paus Pascalus II vermeldt dat er reeds in 1107 een priorij en een kerk bestond die afhing van de Benedictijnenabdij van Moutier-la-Celle.  In 1175 overhandigde Mathieu, bisschop te Troyes, met instemming van het kapittel, de titel als parochie, die voordien werd gedragen door de nabije kerk van Saint-Parre.

Het bestaan van deze romaanse kerk is waarschijnlijk te danken aan deze Benedictijnse priorij, die ongeveer volledig intact is gebleven.  Zij heeft eigenlijk heel weinig veranderingen ondergaan.  Enkel het portaal dat dateert van de 17de eeuw en de gewelven van de transeptarmen die dateren van de 16de eeuw.

De kerk is in de vorm van een Latijns kruis met een licht aanpalend transept.  Het schip wordt begrensd met twee zijbeuken, het geheel niet overwelfd.  Zij houdt drie traveeën in, gescheiden door zware vierkante pijlers met een eenvoudige band beëindigd.  De grote boogreeksen zijn in rondboog.  Bovenaan zijn de hoge vensters dicht gestopt door een herwerking achteraf toen men het schip en de zijbeuken voorzag van één enkel dak.



Op de kruising van het transept verheft zich de toren, door vier zware pijlers gedragen waarbij de rondbogen een graatgewelf dragen.  Aan de buitenzijde is iedere zijde doorbroken met drie paarsgewijze vensters.  Hun openingen zijn diepgaand, enkel versierd met een zware voetring en een kloof.  Een colonnet met een kapiteel verdeeld beide in twee.  Een verheven dak in piramidevorm overdekt het geheel.




De apsis met mooie verhoudingen is in een halfkoepel en vergezeld van twee kleinere absidiolen, allen overdekt door een kegelvormig dak.  De absidiolen zijn aan hun westelijke zijde afgesloten geweest door een muur die de zijbeuk beëindigd.  Zij dienen nu als sacristie.  De apsis wordt verlicht met één venster links en twee rechts.  Deze in het midden is dicht gemaakt waarschijnlijk bij het plaatsen van het hoofdaltaar met een retabel van de 18de eeuw, dat er zich nog steeds bevindt.





Bron.
- André Marchal in Champagne romane; Editions Zodiaque, "la Nuit des Temps 55"; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1981.

Bijlagen.

Geen opmerkingen: