Zoeken in deze blog

donderdag 16 augustus 2018

Sint-Pauluskerk te Vossem (Vlaams-Brabant)

Sint-Pauluskerk 
te Vossem

Geschiedenis.
De parochie Vossem is vermoedelijk ontstaan als een afhankelijkheid van de Sint-Lambertusparochie van Leefdaal als moederkerk en behoorde toe aan de abdij van Affligem. J. Verbesselt laat de stichting als villakerk door de plaatselijke vrije domeinheren, de van Vossem's, opklimmen tot de 10de of het begin van de 11de eeuw. Voortgaande op een oorkonde van 1236 werd Vossem een zelfstandige parochie in het begin van de 13de eeuw, maar de abdij van Affligem behield de parochierechten.
Over de oorsprong en de bouw van de kerk zijn er tot vandaag zo goed als geen gegevens voorhanden. Onderzoek destijds uitgevoerd door professor R. Lemaire in het kader van de restauratie, zou erop wijzen dat de kerk gebouwd werd omstreeks 1200. Deze had vermoedelijk een basilicale opstand, waarbij de hogere middenbeuk geflankeerd werd door lagere zijbeuken, aan de westzijde voorafgegaan door een vierkante toren. In het begin van de 13de eeuw, werden hieraan een koor met halfronde apsis en de flankerende noordelijke sacristie toegevoegd. De kerkruimte was toegankelijk via twee deuren, één in de noordelijke en één in de zuidelijke muur; de eerste werd ook lijkenpoort genoemd omdat hierlangs de lijken de kerk na de begrafenisdienst werden weggebracht om te worden begraven op het kerkhof; deze poort bleef tot vandaag bewaard.
Het geheel werd opgetrokken in de Maasromaanse stijl.  Kenmerkend voor deze stijl zijn het gebruik van lokale materialen, het gesloten karakter van de toren, het ontbreken van een transept, het driebeukige schip met kleine vensters en de toegangen in de zijbeuken.


Het uitzicht van de kerk onderging een grondige wijziging ten gevolge van een bouwcampagne in de periode 1695-1715 ten tijde van Maximiliaan Snel die pastoor van Vossem was in de tijdsspanne 1687-1721. Toen werd onder meer de basilicale opstand met lagere zijbeuken aangepast, de zijbeuken werden verhoogd waardoor midden- en zijbeuken onder één dak kwamen. Om het schip te verlichten werden grotere en gedrukte korfboogvensters in de zijbeuken ingebracht ter vervanging van de kleine romaanse rondboogvensters. Deze zijn nog gedeeltelijk zichtbaar en verraden de eerdere gevelindeling in vijf traveeën. Nieuwe gewelven werden aangebracht in koor en schip, respectievelijk in 1695 en 1715, zie datering in de gordelbogen. Het interieur werd witgepleisterd waardoor de middeleeuwse muurschilderingen aan het oog werden onttrokken. De toren werd verhoogd en voorzien van een nieuw inkomportaal met gedateerde makelaar ‘1699’, waardoor de ingangen in de zijbeuken overbodig werden en de zuidelijke werd dichtgemetseld, die men nog ziet langs de bewaarde bouwsporen. Op het einde van de 18de eeuw werd de zuidelijke sacristie gebouwd en de noordelijke zijbeuk in westelijke richting verlengd.


Tijdens de Franse Revolutie werd de kerk gesloten voor de eredienst en gebruikt voor andere doeleinden. Wanneer ze in 1802 opnieuw aan de eredienst werd geschonken was het gebouw sterk vervallen.  Ten tijde van pastoor Vandervelpen, meer bepaald in de periode 1822-1829, werd de kerk hersteld.
In de periode 1968-1975 werd het geheel onder toezicht van R. Lemaire gerestaureerd met benadrukking van de romaanse elementen.  De gelijktijdig ontdekte 13de-eeuwse muurschilderingen in het koor werden in de periode 1994-1997 gerestaureerd waarbij de lacunes werden aangevuld met hedendaagse portretschilderingen door Koen Broucke.

Beschrijving.
Het betreft een georiënteerde romaanse kerk met schip op rechthoekige plattegrond, aan de westzijde voorafgegaan door een vierkante westtoren met flankerende halfronde traptoren aan de zuidzijde.  Het driebeukige schip telt drie traveeën, oorspronkelijk vijf, en heeft aan de oostzijde een koor van één rechte travee met halfronde apsis, aan weerszijden geflankeerd door een sacristie op rechthoekige plattegrond. Het romaanse gedeelte is opgetrokken uit lokaal gedolven kalkzandsteen in vrij regelmatig metselverband, het schip onder een leien zadeldak, de toren met een ingesnoerde achtzijdige naaldspits en het koor onder zadeldak, afgerond boven de apsis. De latere toevoegingen en wijzigingen zijn hoofdzakelijk uitgevoerd in baksteen. Het parement is verankerd door lange muurankers. Volgens een oude foto van 1906 was de kerk nog zeker tot het begin van de 20ste eeuw bepleisterd.
De westertoren op vierkante plattegrond bestaat uit een romaans gedeelte van kalkzandsteen en een 18de-eeuwse verhoging van baksteen met gebruik van kalkzandsteen voor de hoekkettingen en omlijstingen van de galmgaten. In de westgevel zit een eenvoudige rondboogdeur onder een waterlijst met gestrekte uiteinden; de houten vleugeldeur heeft ijzerbeslag en een gesculpteerde makelaar met jaartal '1699', een Sint-Paulusbeeld en het wapenschild van pastoor Maximiliaan Snel. Een later ingebracht rondboogvormig venster bekroont het portaal. Hogerop bevinden zich de oorspronkelijke rondboogvormige galmgaten of vensters. De later toegevoegde verhoging wordt gemarkeerd door afgeschuinde hoeken en ruimere  galmgaten.


Het koor met halfronde apsis werd vermoedelijk kort na het schip gebouwd, in het begin van de 13de eeuw. De gevel wordt geritmeerd door lisenen en een typisch romaanse, aflijnende rondboogfries op kraagstenen. Een getralied rondboogvenster zorgt voor de verlichting. De 13de-eeuwse noordelijke sacristie onder lessenaarsdak, vandaag bergruimte, is opgetrokken uit witte zandsteen en voorzien van een bouwnaad van niet verbonden metselwerk ter hoogte van het koor, wat mogelijk duidt op een verschil in constructieperiode met het koor. De eind 18de-eeuwse zuidelijke sacristie onder half schilddak, is opgetrokken in bak- en zandsteenstijl, op een hoge natuurstenen onderbouw; ze wordt geopend door twee getraliede boogvensters.



Hoewel vandaag wit bepleisterd, was de binnenzijde volgens foto's genomen in 1944 door het Koninklijk Instituut van het Kunstpatrimonium, eertijds voorzien van een neogotische beschildering. Het driebeukige schip heeft een barokke overwelving in de middenbeuk, bestaande uit kruisribgewelven met gordelbogen op sobere rechthoekige consoles met lijstwerk. De in 1715 aangepaste spitsboogarcade heeft ontdaan van pleisterwerk (restauratie in de periode 1968-1974), natuurstenen pijlers met lijstkapiteel. De zijbeuken hebben kruisgewelven versierd met stucwerkdecoratie tussen gedecoreerde gordelbogen opgevangen door gelijkaardige lijstwerkconsoles.



Het koor heeft een bepleisterd kruisribgewelf, waarbij de ontpleisterde ribben rusten op uitgewerkte lijstconsoles, in de apsis gedateerd: 'ANNO 1695 AGUSTI 06'. Verder is er een gotische credensnis. Rechthoekige sacristiedeur gevat in een rechthoekige omlijsting met lateiconsoles. Een middeleeuwse eikenhouten deur voorzien van smeedijzeren deurbeslag zoals slotplaten, banden en nagels, geeft toegang tot de oorspronkelijke (noordelijke) sacristie.





Bronnen.
- Geert Bekaert en Jean-Pierre Estger in België romaans, uitgeverij Hadewijch; Antwerpen-Baarle 1992.
- Jacqueline Leclerc-Marx in L'art roman en Belgique; Editions J.-M. Collet 1997.
- Jean Roubier en André Courtens in Romaanse kunst in België; Uitgeverij Vokaer; Brussel 1971.
- Barrel i Altet x in Belgique et Grand-Duché de Luxembourgt romane; Edtions Zodiaque, 'la Nuit des Temps 71; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1989.

Bijlagen.

Geen opmerkingen: