Zoeken in deze blog

zondag 22 april 2018

Collégiale Saint-Quentin te Berzy-le-Sec (Aisne 02)

Collégiale Saint-Quentin
te Berzy-le-Sec

Geschiedenis.
Alhoewel de kerk van Berzy-le-Sec gerestaureerd is, trekt zijn architectuur nog steeds de aandacht omwille van zijn karakteristieke overeenkomsten met andere kerken in de streek van Soissons en Laôn uit het midden van de 12de eeuw.



Zoals Ressons-le-Long en andere dorpen van Verbrerie, is Berzy-le-Sec reeds vermeld tijdens de Karolingische periode.  Begin 11de eeuw oefende de abdij van Saint-Médard zijn rechten uit op het dorp en een molen in de omgeving.In 1158 bevestigt de bisschop van Soissons, Aucoul de Pierrefonds, de teruggave van de kerk aan het kapittel van de kathedraal.In 1524 sticht de heer van Berzy, Nicolas Louvain, een kapittel van 8 kanunniken om de parochiekerk en de kasteelkapel te bedienen.
In de 18de eeuw is het schip, opgericht in de eerste helft van de 12de eeuw, in slechte staat.  De muren van de zijbeuken worden herbouwd, de hoge vensters dicht gemaakt en de daken van de zijbeuken opnieuw aangelegd.

Beschrijving.
Aan de buitenzijde is de gevel van de kerk gestut door 2 steunberen, aangebracht aan het einde van de muren van het schip.  De 2 muren van de zijbeuken zijn verhoogd tijdens de herstelling van het dak in de 18de eeuw.  Deze worden verlicht door een kleine rondboog.


Een band van lijstwerk omgordt het buitenwelfvlak en verlengt zich aan iedere zijde.  In het midden opent zich het ingangsportaal met een ingekerfd linteel en passend samengevoegd timpaan die gerestaureerd werden.  De gordelbogen bevinden zich boven het portaal en zijn omringd met voetringen.  De centrale voetring is ingekerfd met een kleine hollijst.  Een band met opgericht of opgevouwen acanthusgebladerte omringt de bovenste gordelboog.  Zes ingewerkte zuiltjes versieren de binnenwaartse, schuine verwijding met gebeeldhouwde kapitelen van opgerichte palmetten, met krullen aan de bovenste hoeken.  De dekstukken met lijstwerk zetten zich in een band verder tot aan de steunberen maar het niveau komt niet overeen met de band van de zijvensters.




Boven het portaal verdeelt een horizontale lijstwerkband het niveau van de gevel.  Een venster in de as neemt er steun op.  Deze is begrensd met 4 zuiltjes met daarop 2 gecentreerde archivolten, lijstwerk met voetringen en hollijsten zoals bij het portaal.  Een uitstekende band omringt het buitenwelfvlak.  De dekstukken zijn verlengd tot aan de afwatering van de 2 steunberen.



De rechte travee van het koor draagt de onregelmatig langwerpige klokkentoren versterkt met steunberen.  De vensters van het binnenste niveau zijn vergroot geweest in de 18de eeuw.  Twee banden met lijstwerk onderlijnen de bovenste verdieping.  Hier is iedere steunbeer versierd met 2 zuiltjes op de bogen.  Hun dekstukken verbinden zich met de bogen, daarboven worden de steunberen verzwakt in de waterlijsten.


Op iedere zijde zijn 2 rondbogen doorbroken, begrensd met 2 zuiltjes en de binnenste muren zijn onversierd.  Twee archivolten van deze boog zijn van lijstwerk voorzien met voetringen.  Hier zijn al de kapitelen versierd met opgericht palmetten.  De dakrand met gebeeldhouwde kraagstenen van maskers onderlijnt de puntgevels.



Het koor wordt beëindigd door een apsis die overdekt is met stenen en rijkelijk versierde tegels.  Twee steunberen flankeren de venster in de as.  Een sokkel omringt de muren en de steunberen.  Een andere band omgordt gans de apsis van de steunen van de vensters.  De 2 zijvensters in rondboog zijn omgord met een rij van sterren tussen 2 voortgezette voetringen.  Aan het buitenwelfvlak loopt een gebeeldhouwde band van hoofden.  Een mond braakt gegolfde stengels die palmetten dragen, uit.  Deze band zet zich verder rond de apsis.  Het centraal venster opent zich in een uitstekend massief, getooid met een puntgevel.  Het massief zelf wordt omringd met 2 zuiltjes waarbij de dekstukken in verbinding staan met een band van de dekstukken van de zijvensters en aan de omkadering van de venster maar het motief verandert en vormt voortgezette rankversiering.  Het venster is omgord met 3 voetringen en door een rij van sterren.  De daklijst van de apsis is versierd met een rij van palmetten, daarboven met een tweede rij van palmetten afgewisseld met gebeeldhouwde kraagstenen van dierenkoppen.  De 2 kapitelen van het uitstekende massief zijn versierd met koppen van hetzelfde genre.












Aan de binnenzijde houdt het schip enkel 3 traveeën in.  De grote bogen met 2 gordingen zijn lichtjes gebroken.  Hun pijlers zijn rechthoekig en begrensd met 2 half ingewerkte zuiltjes onder de bogen zoals men eveneens terugvindt te Villers-Saint-Paul en te Oulchy-le-Château.  De basissen hebben klauwen en hun kapitelen houden dekstukken met lijstwerk in.  De gebeeldhouwde kapitelen zijn versierd met opgerichte palmetten, de ene keer op een rij, de volgende per 2.  Hun uiteinden krommen zich in bollen of in knoppen aan de bovenste hoeken.  Al deze kenmerken zoals het afgeplatte profiel van de basissen duiden op een datum van het midden van de 12de eeuw.  De hoge, dichtgemetselde vensters onderscheiden zich in de muren, in de as van de grote bogen, zonder decor en binnenwaarts schuin verwijderd.
Het koor is van ongeveer dezelfde periode als het schip.  Het opent zich door een grote gebroken boog met 2 gordingen met voetringen aanpalend.  De binnenste voetring is ingekerfd met een hollijst.  De gordingen nemen hun steun op de half ingewerkte zuilen.  De andere half ingewerkte zuilen komen overeen met de ribben en de muraalbogen van het gewelf.  Twee andere zuilen begrenzen de nis in de as en staan in verbinding met 2 takken van de gebroken en van nerven voorziene halfkoepel.  Hetzelfde type gewelf dat veelvuldig voorkwam in de streek van Soissons midden 12de eeuw, vindt men terug in Marolles-sur-Ourcq.  De nis is aanpalend met 6 zuiltjes en met 2 voetringen in rondboog.  Het venster is in de as, de beide andere zijvensters worden begrensd met 2 zuiltjes.
De kapitelen van de apsis stellen een zeer gevarieerd decor voor.  Drie kapitelen zijn historisch versierd.  Rechts vindt men een versierd kapiteel met bogen en zuiltjes met daartussen de Droom van Jozef, de Aankondiging en de Visitatie.  Daartegenover links onderscheidt men de Aanbidding van de Maagden en de Aankondiging aan de Herders.  Op een ander kapiteellichaam verheffen zich 2 mannen, de ene met een snoeimes vasthoudend, de andere met een spade dragend op zijn schouder.  Andere kapitelen stellen tov elkaar gestelde vogels voor, voor een vaas of een schedel; gevleugelde griffoenen, een vogel op het hoofd van een vrouw, slangen en figuurlijke dieren, een engel met bovenmatig grote vleugels, een man en een vrouw met aan weerszijden een omgekeerde palm.

Bronnen.
- Anne Prache in Île-de-France romane; Editions Zodiaque, "la Nuit des Temps 60"; Abbaye Sainte-Marie de la Pierre-qui-Vire 1995.

Bijlagen.

Geen opmerkingen: