Zoeken in deze blog

dinsdag 9 oktober 2018

Château te Brancion (Saône-et-Loire 71)

Château 
te Brancion

Geschiedenis.
De restanten van het kasteel van Brancion, in de gemeente Martailly-lès-Brancion, gelegen op een uitloper die de weg domineerde van Cluny naar de vallei van de Sâone.  Het fort biedt vanop zijn donjon een prachtig zicht op het kleine dorp Brancion en zijn romaanse kerk en biedt tevens een prachtig uitzicht op de omgeving met zijn valleien en heuvels.


Gedurende een 300-tal jaar is het kasteel in het bezit van de familie de Brancion geweest.  De geschiedenis van deze landsheren is er één van gevechten en plunderingen die heel wat moeilijkheden met de abdij van Cluny met zich meebracht.  Met verschillende hernemingen beklaagden de monniken en de inwoners van Cluny zich over deze buitensporigheden bij de bisschop en de graaf van Châlon.  Dit resulteerde in een ingrijpen van Lodewijk VII en een rechtspraak van Philippe Auguste.  Eén van deze landsheren ging hiervoor naar Rome om vergiffenis te vragen; anderen gingen mee op kruistocht.
In de 12de eeuw werden de heerlijkheden van Brancion en Uxelles verenigd en vormden een homogeen geheel die de 2 voornaamste kastelen controleerden welke Brancion en Uxelles waren, vervolledigd met deze van Boutavant en Nanton.
In 1259 verkoopt Henri III Gros de Brancion zijn heerlijkheden van Uxelles en Brancion aan de hertog Hugues IV de Bourgogne, om de opgelopen schulden van zijn vader te kunnen aflossen.
Gedurende 218 jaar wordt Brancion de hoofdzetel van een hertogelijk burggraafschap met een permanent garnizoen.  De hertogen versterken en vergroten het kasteel door oa de logis de Beaujeu bij te bouwen.  Jean de Charette is er op het einde van de 14de eeuw er de kasteelheer.
In 1477 bij de dood van Karel de Stoute, gaat het grondgebied over naar het Franse kroondomein.  Na een verwarrende periode volgt een koninklijk de hertogelijke kasteelheer op.
In 1548 draagt Jean de Ligny, de titel van graaf van Brancion.  In 1562 dient het fort als vluchtoord voor de religieuzen van Tournus die op de vlucht waren voor de Hugenoten.  In 1580 maakt Jean de Saulx-Tavannes als opvolger van Jean de Ligny, van het kasteel, één van de meest versterkte weerstandplaatsen van de "Ligue catholique".  Begin oktober 1594 eindigt de bezetting van het fort, nadat het 3 maand voordien was ingenomen, met de inname door de troepen van kolonel Alphonse d'Ornano als luitenant van de koning die het plunderen en waarbij het verval van het kasteel zich inzet.
In 1701 gaat het kasteel van de familie Saulx-Tavannes over aan de familie La Baume-Montrevel.  Bij het uitsterven van deze tak wordt het burggraafschap in 1759 overgemaakt aan een advocaat van het Parlement de Dijon.
In 1844 wordt Brancion dat ontmanteld en geruïneerd is, verkocht aan M. de la Roque die het in 1860 opnieuw verkoopt aan graaf Victor de Murard de Saint-Romain.  In 1977 ontvangen Mad. Morière-Bernadotte, de achterkleindochter van Murard, en haar man als eigenaars van het kasteel de zilveren medaille van "la Société d'encouragement" om gedurende 18 jaar de ruïnes te laten herleven en de site opnieuw openbaar te maken.
Sinds 2005 verzorgt de vereniging "la Mémoire Médiévale" de restauratie en het onderhoud, de openstelling voor het publiek en het verzorgen van culturele animaties op de site van Brancion.

Beschrijving.
Het huidige kasteel is samengesteld met 2 vierkante meestertorens (donjons) die met elkaar verbonden zijn door een logement van 2 verdiepingen. 



Het 1ste gedeelte is aan de zuidelijke zijde afgesloten door onvolledige overblijfselen van een omheining met steunberen.  Deze is in de loop der tijden gewijzigd geweest.  De wand van de zuidelijke muur stelt metselwerk voor in opus spicatum, visgraatmotief, als getuige van de 1ste constructiefase van het kasteel van de 10de of 11de eeuw.








  
Een andere residentiële structuur en geflankeerd van 2 ronde torens is uitgewerkt op het herenhof, in de verlenging van de huidige ingang van de site.


Het kasteel domineert vanuit de hoogte de kerk en het middeleeuwse dorp waar men nog tal van restanten van de verdediging kan terugvinden zoals de ingang met valhek als 2 torens met schietgaten voor de kanonnen.

  
Bijlagen.

Geen opmerkingen: