Eglise Notre-Dame
te Fléac
Beschrijving.
De kerk hing reeds in de 8e eeuw af van de abdij van Saint-Cybard en ging vervolgens voor 1110 over naar het kapittel van de kathedraal.
De westgevel is naar het dorp gericht, maar de uiterst sobere halfronde apsis ligt aan de rand van de steile helling. Deze is uitsluitend bereikbaar via de prachtige openbare tuin achter het gemeentehuis. Deze kleine omweg biedt ook de gelegenheid om ten noorden van de kerk een middeleeuws kloosterachtig gebouw te bewonderen dat loodrecht op het heiligdom staat en waarschijnlijk deel uitmaakte van een kanunnikenpriorij. De plattegrond van de kerk is uiterst eenvoudig; een rechthoekig schip met twee traveeën wordt verlengd door een iets smallere travee onder de klokkentoren en een nog smallere apsis. De klokkentoren met één verdieping lijkt des te gedrongener omdat het schip is verhoogd. Men merkt overigens op dat het schip in twee fasen is ontworpen.
Afgaande op de nog bestaande kleine steunberen moet het schip drie traveeën hebben gehad, overspannen door een tongewelf dat is ingestort. Dit werd rond het midden van de 12e eeuw vervangen door twee koepels, die in de 17e eeuw met stevige steunberen moesten worden ondersteund.
De koepel van de travee onder de klokkentoren onderscheidt zich van de andere twee door de naadloze overgang tussen de pendentieven en de koepelkap, aangezien de uitstekende rand en de terugsprong die deze gewoonlijk accentueren, hier ontbreken.
De gevel, die door steunberen in de vorm van zuilen in drie verticale delen is verdeeld, bestaat op de begane grond uit een ingangsboog die wordt geflankeerd door twee blinde bogen, waarvan de rondbogen op zuiltjes rusten; op de eerste verdieping bevindt zich een raam en, boven een kroonlijst met fraaie modillons, een geveltop met daarin een rechthoekige raamopening onder het dak.
De klokkentoren, die één verdieping telt en gedeeltelijk is verbouwd, heeft aan de noord- en zuidzijde twee paarsgewijze bogen die door een zuil worden gescheiden en door een rondboog worden omlijst.
De kwaliteit van het bouwwerk wordt aangevuld met enkele interessante gebeeldhouwde kapitelen, met name die in het schip, waarop twee gehurkte atlanten te zien zijn, varianten van die in het lapidarium van het Musée d'Angoulême en in de kapel van het kasteel van Montmoreau. Dit kapiteel heeft als bijzonderheid dat het niet voltooid is; de figuur rechts is slechts in de ruwe vorm uitgehouwen.
Ten slotte wordt het belang van dit monument nog versterkt door de aanwezigheid op de zuidmuur van de tweede travee van een 15e-eeuwse muurschildering die het martelaarschap van de heilige Barbara uitbeeldt.
Bronnen.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste Editions; La Crèche 2010.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzay et Ané; Paris 1933.
Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1KaCZzNPKQNKs5LI2jD0TqwrYkPE&ll=45.582074772243125%2C0.05577853862880566&z=12



































Geen opmerkingen:
Een reactie posten