Zoeken in deze blog

vrijdag 19 september 2025

Eglise de la Décollation-de-Saint-Jean-Baptiste te Saint-Vert (Haute-Loire 43)

 Eglise de la Décollation-de-Saint-Jean-Baptiste  te Saint-Vert


Geschiedenis.
Saint-Vert was de zetel van een priorij die afhankelijk was van La Chaise-Dieu naast een kasteel van de leenheer, omringd door een versterkt dorp.
De kerk werd in de Romaanse periode vlakbij gebouwd.  Van deze eerste staat is het schip bewaard gebleven terwijl het koor en de noordelijke kapel in de 15de eeuw zijn gebouwd; de wapenschilden op hun sluitstenen komen overeen met die van Antoine de Vissac, prior van Saint-Vert in 1468, en zijn moeder Marguerita d'Apchon.
In deze periode werden het schip, de klokkentoren en de apsis verhoogd om het gebouw te versterken.  Vanaf de 13de eeuw tot het midden van de 17de eeuw was de priorij verbonden aan de ziekenboeg van de abdij wat een einde maakte aan het bestaan van de kleine kloostergemeenschap.  Maar verschillende priors waren vooraanstaande personages met aanzienlijke inkomsten.  Zij beschikten over de lagere rechtspraak van de westelijke helft van de parochie en de hoge over de oostelijke helft.  Een door de abdij aangestelde priester woonde naast de prior.  In 1568 stond pastoor Claude Barjon al zijn tiendenrechten af aan de abdij in ruil voor een schamel inkomen van 200 ponden.  In 1847 bleek de noodzaak om herstellingen uit te voeren aan de glasramen, moest een nieuw raam worden doorbroken en het gebouw moest worden bepleisterd.  In 1911 werd het dak van de klokkentoren en een groot deel van het gebouw dat op instorten stond, hersteld.

Beschrijving.
De kerk is gebouwd binnen de muren van de priorij waarvan de zuidkant nog een muur met 2 torens bewaard.  De priorij zelf grenst aan de zuidwestelijke hoek van de kerk en vormt een soort van binnenplein voor de zuidgevel ervan.  Het oorspronkelijk zeer eenvoudig ontwerp was dat van een éénbeukig gebouw.  Deze is vervolledigd geweest met een kapel aan de noordzijde van het schip en een sacristie die in het verlengde van deze kapel ligt maar uitkomt op het koor.  Aan deze noordgevel bemerkt men de aanwezigheid van een Gotisch raam met opvulling van de kapel en een schietgat. 




De zuidgevel opgetrokken in natuursteen, wordt ritmisch onderbroken door 3 steunberen.  Een kroonlijst met figuratieve modillons zoals hoofden van mensen en dieren, kenmerkt het vroegere niveau van het gebouw dat later verhoogd werd.  De ingang die uitkomt op de eerste travee is een heel eenvoudig Romaans model met een rondboog rustend op zuilen met kapitelen die versierd zijn met mensenhoofden en gebeeldhouwd in dezelfde stijl als deze van de modillons.  Er resten nog sporen van polychromie uit de 15de eeuw.










De klokkentoren op de kruising van het schip en het koor heeft een rechthoekig grondplan. het bovenste gedeelte is opgetrokken in natuursteen en voorzien van boogramen.  Een halve toren aan de zuidgevel, vlakbij het koor, dient als trappentoren voor de klokkentoren.

Bron.
- Claire Raflin in "Eglises de Haute-Loire"; Edité par Phil'Print et le Département de la Haute-Loire 2015.


Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?msa=0&ll=45.36558668956232%2C3.5424042373046927&spn=1.546165%2C2.469177&mid=1a0RpPDQx4moN3rPzLbrdMh-gJr8&z=10

woensdag 17 september 2025

Eglise Saint-Hilaire te Beaumont (Haute-Loire 43)

 Eglise Saint-Hilaire 

te Beaumont


Geschiedenis.
De parochiekerk Saint-Hilaire viel tijdens het Ancien Régime onder het kapittel van Brioude dat de priester benoemde.  Ze bekroont de heuvel waarvan de flanken door het dorp worden ingenomen.  Het schip dateert mogelijk gedeeltelijk van voor het halfronde kooreinde.  In de Gotische periode werden er kapellen aan toegevoegd; 2 aan de noordzijde en 1 aan de zuidzijde.  De klokkentoren boven de hoofdbeuk van het schip werd in 1875 gebouwd.  Daarvoor was er een plan om de westgevel te verfraaien met een open portiek dat in 1899 werd afgewezen.
De begraafplaats die oorspronkelijk rond de kerk lag, werd in 1879 verlaten en in 1899 ontruimd.  In 1930 daagde de burgemeester, pastoor Roux voor de rechter wegens de vernieling van de preekstoel die in 1905 was aangebracht.  In 1984 werden de glasramen gerestaureerd.
In 1995 werden uiteindelijk ingrijpende restauratiewerken uitgevoerd onder leiding van architect Vincent Besançon uit Brioudek ruwbouw buiten en dakconstructie met een dakbedekking.  De binnenzijde bleef echter ongemoeid niettegenstaande de talrijke scheuren in het metselwerk, in het metselwerk tussen de kruisribben en sterk aangetaste pleisterlagen.


Beschrijving.
De kerk is ideaal gelegen op het rotsplateau dat uitkijkt over het dorp en vanwaar men kan genieten van een prachtig panoramisch uitzicht.  De buitenmuren, ondersteund door grote steunberen, worden gedomineerd door de kubusvormige klokkentoren boven het centrale gedeelte.  De daken met kanaalpannen zijn allemaal hernieuwd.



De westelijke gevel is een eenvoudige puntgevel met alleen de ingang en hierboven een rondboogvenster.  Het interessantste gedeelte aan de buitenzijde is de koorafsluiting gebouwd in middelgrote natuurstenen met een doorlopende band ter hoogte van de basis van de bogen en rondboogvensters die onderbroken wordt aan de bovenzijde.  De apsis bezit 3 steunberen, een stenen kroonlijst met afschuining die het metselwerk bekroont en onderbroken door gaten waarvoor geen echte verklaring bestaat.  





De binnenruimte van deze kerk is opmerkelijk door zijn indeling en verhoudingen.  Dit komt met name door de indruk die wordt gegeven door de openingen tussen het schip, de kapellen en door de koepel op kleine trompen die de centrale travee overspant.  


Het koor omvat de laatste travee van het schip en de apsis.  Deze is 2 treden hoger en met een stenen bevloering net zoals bij de rest van de kerk.  De eerste travee van het schip bezit een tongewelf.  De zijmuren zijn voorzien van rondbogen; een gordelboog rustend op de aangezette zuilen met een attische basis scheidt de eerste 2 traveeën.  De kapitelen van de zuilen zijn gebeeldhouwd aan de noordzijde met gebladerte, aan de zuidzijde met 3 hoofden waarvan het middelste een figuur voorstelt die op een panfluit speelt.  De tweede travee die de klokkentoren draagt, wordt overdekt met een koepel op halfronde trompen.  Aan de zuidzijde is een dichtgemetselde uitgang te zien.  Deze travee wordt van de volgende gescheiden door een gordelboog die op de dekstukken van de pijlers rust.  De derde, kortere travee maakt deel uit van het koor.  Deze travee bezit een licht gebroken tongewelf en de zijkapellen openen zich op deze door de gebroken bogen met afschuining.





De apsis met halfkoepel wordt verlicht door 3 vensters met inspring die omkaderd worden door zuiltjes die een rondboog dragen.  Het geheel rust op een 1,7 m hoog steunmuurtje met een uitstekende steun met afschuining.  De kapitelen van de zuiltjes zijn voorzien van eenvoudig bladerwerk, de vierde van het noorden is versierd met hoofden aan de hoeken. 
De zuidelijke kapel is vierkant en wordt verlicht door een Gotisch spitsboograam.  Deze wordt overdekt door een kruisribgewelf dat rust op gebeeldhouwde voetstukken, in het noordoosten een dier met zwemvliezen of klauwen, ronde oren en een onherkenbaar gebroken hoofd; in het zuidoosten een aap; in het noordwesten en zuidwesten vormen de voetstukken een soort wolken of onbepaalde bloemknoppen.  Op de bekleding van de muur aan de oostkant zijn sporen van bloemendecoraties te zien.  De vierkante traveeën van de noordelijke kapellen, met kruisgewelven, worden van het schip en van elkaar gescheiden door afgeschuinde gordelbogen.  De sluitstenen van de gewelven hebben de vorm van een schild, waarvan er één is versierd met lelies.  Elke travee wordt aan de noordkant verlicht door een groot rondboogvenster.   



Bron.
- Claude Sénac in "Eglises de Haute-Loire"; Editions Phil'Print et le Département de la Haute-Loire 2015.


Bijlagen.