Het schip, met drie traveeën, heeft zijn tongewelf verloren, dat is vervangen door kruisgewelven met gordelbogen en schildbogen uit het einde van de 13e eeuw, gedragen door vier groepen van drie zuilen, met kapitelen versierd met plantentakken en vier kraagstenen aan de uiteinden. Omdat ze lager zijn dan de grote, licht gebroken bogen en twee gordingen van het valse vierkant, moest er een verbindingsmuur worden opgetrokken.
De koepel staat op pendentieven, waarvan de ronding samenvalt met die van de omringende bogen; hij wordt gedragen door pilasters met zuilen en kapitelen. De ronde apsis met halfkoepel wordt versterkt door een boogreeks, ondersteund door zuilen, die begint bij een steunmuurtje en naakte kapitelen bezit; deze heeft zeven openingen met drie vensters met colonnetten aan beide zijden.
Aan de voorgevel bevindt zich een dubbele booglijst op pilasters en twee zuilen, geflankeerd door twee blinde bogen met een gording op zuiltjes, allemaal met kordonlijsten en kapitelen, versierd met diverse mooi uitgewerkte taferelen; hun dekstukken zijn verlengd. Daarboven bevindt zich een verdieping, tussen twee gebeeldhouwde kordonlijsten, met een klein rondboograam, waarna de zeer hoge geveltop oprijst, met twee boven elkaar geplaatste rechthoekige ramen.
De twee muren van het schip worden ondersteund door een trappenkoker en de vierkante hoeken onder de rechthoekige klokkentoren door vier grote dubbele steunberen.
De apsis wordt gevormd door zes steunmuren met zuilen, waarop paarsgewijze bogen op kraagstenen rusten, zoals die in Mouthiers, Charmant en Pérignac. De naakte kapitelen van de zuilen dragen, samen met slecht gebeeldhouwde kraagstenen, de kroonlijst.
De klokkentoren, waarvan de bovenkant is vernieuwd, bestaat uit een licht terugliggende, kale verdieping met een kordonlijst, een tweede verdieping met aan de zijkanten drie openingen zonder linteel, onder een laag vierzijdig dak.
Bron.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Librairie Letouzey et Ané; Paris 1933.
Bijlagen.