Zoeken in deze blog

woensdag 15 april 2026

Eglise Saint-Mesme te Contré (Charente-Maritime 17)

 Eglise Saint-Mesme 

te Contré


Beschrijving.
De invloed van de beeldhouwers uit Aulnay is duidelijk; sommigen van hen hebben zelfs de kapitelen in het interieur bewerkt.  De kerk bestaat uit een éénbeukig schip en een rechthoekig koor dat uitloopt in een halfronde apsis.  De eerste travee van het schip wordt aan de noordzijde doorbroken door een onversierde ingang; de tweede travee aan de zuidzijde is rijkelijk versierd.














Dit portaal met drie booglijsten op zuilen met kapitelen biedt een fantastisch bestiarium met kat, hond, paard, slang, ooievaar, hagedis, varken, mythische dieren, maskers en personages; het kleine boogveld is versierd met de traditionele margrieten van de kleine lokale kerken.  De kapitelen zijn interessant; men ziet er onder andere een mooie woedende man, terwijl erboven, op een kapiteel van een romaans raam, een man met een raadselachtige glimlach staat afgebeeld. 



















De muren van het kooreinde werden in de 15e eeuw verhoogd, voorzien van schietgaten en versterkt met zware steunberen met het oog op versterkingswerken. Een rondgang gaf toegang tot een versterkte zaal; men ziet nog steeds de gaten waarin de balken werden geschoven om de ingang te barricaderen. Op de ramen, omrand door friezen, tonen de kapitelen diverse motieven, zoals een vrouwenbuste met twee hosties, symbool van de eucharistie. Aan het kooreinde zijn enkele modillions te zien.









Bron.
- Sophie Esla Goillot in "Guide des églises romanes; Charente-Maritime"; Editions Les Passages des Heures; Saint-Savinien-sur-Charante 2013.


Bijlagen.
-https://pop.culture.gouv.fr/notice/merimee/PA00104657

maandag 13 april 2026

Eglise Saint-Georges te Saint-Georges (Charente 16)

 Eglise Saint-Georges 

te Saint-Georges


Beschrijving.
Een priorij-parochie die onder de abdij Saint-Séverin en het bisdom Poitiers viel.  De kerk dateert uit de tweede helft van de 12e eeuw.  

Plan volgens Jean George

Het schip, dat sterk is verbouwd en met lambrisering is bekleed, heeft één raam aan de zuidzijde, drie aan de noordzijde en, in het oostelijke deel, een grote blinde boog die in de muurdikte is uitgehold. Een grote rondboog op pilasters scheidt het schip van het transept, dat in de breedte in twee ongelijke delen is verdeeld door licht gebroken bogen, rustend op zuilen met steunen, aangebracht op de achterwanden van de dwarsbeuken en, aan de kant van het vierkant, op rechthoekige pijlers met vier zuilen. De kruisbeuken hebben dus twee traveeën, overwelfd met een tongewelf; de eerste wordt verlicht door een raam aan de westzijde; in de tweede bevindt zich een kleine halfronde absidiool met een raamopening.  Het eerste deel van de kruising van het transept bezit een tongewelf, dat net als de andere bijna rondboogvormig is; het tweede deel heeft een koepel op pendentieven, ingebed in de hoeken van de grote bogen, met dubbele gordingen, waarbij de verticale zijden behouden zijn gebleven.  De apsis, met halfkoepel, wordt voorafgegaan door een rechte travee met tongewelf.  De kapitelen dragen bollen op hun hoeken. 














De gevel is voorzien van een eenvoudige ingang met een linteel in mijtervorm; de kraagstenen van het voormalig portiek zijn bewaard gebleven en bovenaan bevindt zich een puntgevel.



De rechthoekige klokkentoren bovenaan de koepel is opnieuw opgebouwd, met aan de zijkanten een rondboograam en een vrij hoog piramidevormig dak.


Bron.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Editions Letouzey et Ané; Paris 1933.


Bijlagen.
-https://www.google.com/maps/d/viewer?mid=1KaCZzNPKQNKs5LI2jD0TqwrYkPE&ll=45.94996247921855%2C0.3547466147461087&z=11