maandag 6 april 2026

Eglise Saint-Pierre te Faye; Ribérac (Dordogne 24)

 Eglise Saint-Pierre 

te Faye; Ribérac





Beschrijving.
Een 12e-eeuwse kerk met een éénbeukig schip.  Een rondboogportaal met een timpaan waarop in een medaillon een zittende en zegenende Christus in glorie is afgebeeld. Twee engelen offeren hierbij wierook.  Bovenop de koortravee staat de vierkante klokkentoren.  Een apsis wordt onderverdeeld met een boogreeks van 5.  
Binnenin is het gewelf van het schip verdwenen.  De halfronde apsis wordt gekenmerkt door boogreeksen.  In het document van het bisdom Périgueux uit 1556 wordt melding gemaakt van de “Ecce. Sti. Petri de Fayat”, die onder de aartspriester van Vanxains, ex-Double, viel. Tijdens het canonieke bezoek aan de kerk in 1688 werd het volgende vermeld: “Gewelfd heiligdom, voorzien van ramen en betegeld”.
Deze kerk is bij besluit van 22 juni 1946 opgenomen in de aanvullende inventaris van historische monumenten.

zondag 5 april 2026

Eglise Saint-Nicolas te Villognon (Charente 16)

 Eglise Saint-Nicolas 

te Villognon


Beschrijving.
Deze priorij van de abdij van Saint-Amant was de belangrijkste schenking die graaf Geoffroi rond 1040 aan het benedictijnenklooster deed. Tegenwoordig is er van de 12e-eeuwse romaanse kerk niet veel meer over. De muren van het schip en enkele overblijfselen van de travee onder de klokkentoren en van het kooreinde zijn nog wel te zien. 




Maar deze kerk is vooral een bezoek waard vanwege haar westgevel, die weliswaar zelf ook is gerenoveerd, maar waarvan het romaanse portaal – met booglijsten versierd met geometrische motieven en staafvormige kanteelversiering – wordt omlijst door een merkwaardige fries in bas-reliëf. Het is volgens de “bodemtechniek” uitgehouwen in de onderverdeelde kaders die perfect aansluiten aan weerszijden van de boogbogen van het portaal; mogelijk zijn er enkele delen van afgebroken. 








Foto Jalladeau
Hergebruik sarcofaag ? 

Links van het portaal staan drie prelaten met een bisschopsstaf, vergezeld door een vierde, op zichzelf staande figuur die een tekstband of een doek lijkt uit te vouwen. 




Rechts zijn twee engelen bezig een draak te verslaan. Hoewel de iconografie van dit ensemble raadselachtig blijft, is ondanks enkele beschadigingen een verfijnde stijl te herkennen, met name in de weergave van de plooien en in de houding van de engelen. Deze beeldhouwwerken dateren waarschijnlijk uit het tweede kwart van de 12e eeuw.


Bronnen.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste Editions; la Crèche 2010.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Editions Letouzey et Ané; Paris 1933.



Bijlagen.

zaterdag 4 april 2026

Ancienne abbaye Notre-Dame te La Couronne (Charente 16)

 Ancienne abbaye Notre-Dame 

te La Couronne


Beschrijving.
Hoewel de voormalige abdijkerk van La Couronne, die aan het einde van de 12e eeuw werd gebouwd, zonder meer tot de gotische bouwwerken gerekend kan worden, verdient zij een speciale vermelding, zeker omdat haar architectuur nog sterk doordrongen is van de romaanse traditie. 
De abdij, gesticht in een moerasgebied ten zuiden van Angoulême door de vrome Lambert – aanvankelijk priester van de parochie en later opvolger van Girard II aan het hoofd van het bisdom –, bood onderdak aan een gemeenschap van reguliere kanunniken met strenge leefregels die aansloten bij de cisterciënzergeest.  Volgens een legende zou Lambert, die later als heilige werd vereerd, een draak hebben verslagen die het moeras – de Pallue – zou hebben geteisterd, waar de abdij werd gesticht.
De eerste kerk, gebouwd in de jaren 1120, maakte al in 1170 plaats voor een enorm bouwwerk dat, bij de inwijding in 1201, samen met Saint-Amant-de-Boixe de enige was in het bisdom dat zich kon meten met de kathedraal, temeer daar het de relikwieën van de stichter herbergde en de begraafplaats werd van de Lusignans, de nieuwe dynastie van de graven van Angoulême. Dankzij de uitgebreide kroniek is de geschiedenis van deze abdij en de bouw ervan ons veel beter bekend dan die van enig ander monument uit die periode in de regio.  Dit stelt ons met name in staat om de latere ontwikkeling van de architectuur in de Charente en de romaanse architectuur in Aquitaine te begrijpen.  Des te meer is het te betreuren dat het gebouw door de Revolutie in verval is geraakt. 
Van deze uitgestrekte abdij zijn slechts enkele verspreid liggende gebouwen overgebleven, die grotendeels uit de late middeleeuwen of de moderne tijd dateren en deel uitmaken van een uitgestrekt park dat wordt gedomineerd door het misplaatste silhouet van een cementfabriek. Maar ten zuidwesten van de vervallen kerk is een zeer sobere 12e-eeuwse constructie bewaard gebleven. Van de kerk is de omtrek van het schip te herkennen – met name een deel van een uitgestrekt vlak koor, geflankeerd door vierkante kapellen, volgens een type dat is ontleend aan cisterciënzerkerken. Hoewel het kruisribgewelf, beïnvloed door de modellen uit Anjou, zijn intrede heeft gedaan, getuigt de vormgeving van de bewaard gebleven gevels in de oostelijke delen nog steeds van een sterke gehechtheid aan de romaanse architectuurstijl.  De parallel met de kathedraal van Poitiers dringt zich hier op. Zelfs de enkele bewaard gebleven kapitelen getuigen van de herhaling van motieven, voornamelijk plantaardig, afkomstig van bouwplaatsen uit het midden van de 12e eeuw, zoals het schip van Aulnay, ten zuiden van de Poitou.


















Bronnen.
- Jean George in "Les églises de France; Charente"; Editions Letouzey et Ané; Paris 1933.
- Christian Gensbeitel in "Promenades romanes en Charente"; Geste Editions; La Crèche 2010.



Bijlagen.